Mesten klinkt misschien als iets voor boeren, maar elke tuin heeft voeding nodig. Planten halen voedingsstoffen uit de grond, en na verloop van tijd raakt die grond leeg. Zonder aanvulling groeien planten trager, zien bladeren er geel uit en bloeit er weinig. Door de bodem regelmatig te voeden, geef je planten wat ze nodig hebben om sterk te groeien en mooi te blijven.
Twee soorten bemesting met elk hun eigen werking
Er zijn twee hoofdgroepen meststoffen: organische mest en minerale mest. Organische mest komt uit de natuur. Denk aan koemest, champignonmest en compost. Deze soorten voeden niet alleen de plant, maar ook het bodemleven. Wormen, bacteriën en schimmels in de grond worden er actiever van, en dat is goed voor de bodemstructuur. De voedingsstoffen komen langzaam vrij, waardoor planten er weken of zelfs maanden van profiteren. Minerale mest, ook wel kunstmest genoemd, werkt veel sneller. De voedingsstoffen zijn direct beschikbaar voor de plant. Dat is handig als een plant snel bijgeholpen moet worden, maar het heeft geen positief effect op het bodemleven. Veel tuiniers kiezen voor een combinatie van beide: organische mest als basis in het voorjaar en minerale mest als aanvulling wanneer een plant extra aandacht nodig heeft.
Het juiste moment om de tuin te voeden
Het voorjaar is de beste tijd om te beginnen met bemesten. Planten komen dan uit hun winterslaap en beginnen weer te groeien. Op dat moment hebben ze meer voedingsstoffen nodig dan in de koude maanden. Wie in maart of april begint met voeding geven, ziet in de loop van het seizoen duidelijk verschil. Voor planten die heel snel groeien, zoals groenten of rozen, is het verstandig om ook in de zomer een keer extra voeding te geven. In de herfst stop je met bemesten, omdat planten zich dan voorbereiden op de rust. Wie in het najaar te veel geeft, stimuleert nieuwe groei die vervolgens door de vorst beschadigd wordt. Een uitzondering is compost: dat mag je ook in het najaar door de grond werken, zodat het in de winter langzaam afbreekt en de grond rijker maakt voor het volgende seizoen.
Welke voedingsstoffen planten nodig hebben
Planten hebben drie hoofdvoedingsstoffen nodig: stikstof, fosfor en kalium. Stikstof zorgt voor bladgroei en een mooie groene kleur. Te weinig stikstof is te zien aan gele bladeren en trage groei. Fosfor helpt bij de wortelvorming en de bloei. Een plant met weinig fosfor bloeit slecht en is vatbaarder voor ziektes. Kalium maakt planten sterker en zorgt dat ze beter met droogte en koude kunnen omgaan. Op de verpakking van meststoffen staan deze drie stoffen vermeld als N, P en K, gevolgd door een getal. Dat getal geeft aan hoeveel procent van elke stof erin zit. Voor de meeste tuinplanten is een mestsoort met een gebalanceerde verhouding goed. Voor bladplanten kies je iets met meer stikstof, voor bloeiende planten iets met meer kalium en fosfor.
Veelgemaakte fouten bij het bemesten
Meer is niet altijd beter. Dat is de meest voorkomende fout die mensen maken bij het voeden van hun tuin. Te veel kunstmest in één keer kan plantenwortels beschadigen, een verschijnsel dat verbranding wordt genoemd. Planten worden dan juist slechter in plaats van beter. Een andere fout is bemesten op droge grond. Meststoffen lossen op in water en worden via vocht door de bodem opgenomen. Op droge grond werkt dat niet goed, en ook hier kan wortelschade optreden. Water de tuin daarom altijd eerst of wacht op een dag dat de grond vochtig is. Wie vaste mest gebruikt, strooit het rondom de plant en werkt het licht door de bovenste laag grond. Drijfmest of vloeibare voeding verdun je altijd goed voor gebruik. De aanwijzingen op de verpakking zijn er niet voor niets: ze geven aan hoeveel je veilig kunt gebruiken zonder schade te veroorzaken.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn tuin aan bemesting toe is?
Als planten langzaam groeien, bladeren geel worden of bloemen uitblijven, kan dat een teken zijn dat de grond weinig voedingsstoffen bevat. Een bodemtest, verkrijgbaar bij tuincentra, geeft meer zekerheid over wat er precies ontbreekt.
Mag ik dezelfde mest gebruiken voor groenten en sierplanten?
Universele meststoffen werken voor veel planten, maar groenten en sierplanten hebben soms verschillende behoeften. Groenten profiteren van veel stikstof voor bladgroei, terwijl bloeiende sierplanten baat hebben bij extra kalium en fosfor. Een mestsoort die speciaal voor groenten of bloemen is gemaakt, geeft vaak het beste resultaat.
Is organische mest beter dan kunstmest voor de bodem?
Organische mest verbetert de bodemstructuur en stimuleert het bodemleven, iets wat kunstmest niet doet. Op de lange termijn maakt organische voeding de grond rijker en gezonder. Kunstmest werkt sneller maar heeft geen blijvend positief effect op de bodem zelf. Veel tuiniers combineren beide soorten voor de beste resultaten.
Kan ik zelf compost maken om mijn tuin te voeden?
Zelf compost maken is goed mogelijk. Groente en fruitresten, bladeren, grasmaaisel en koffiedik zijn geschikte materialen. Na enkele maanden breekt dit materiaal af tot voedzame compost die je door de grond kunt werken. Het is een duurzame manier om de tuin te voeden zonder iets te hoeven kopen.
