Crassula stekken is eenvoudig en lukt bijna altijd, zelfs als je maar één blaadje hebt. Je kunt een crassula vermeerderen via een blad, een stengel of een tak, en elke methode geeft een goede kans op succes. Hieronder lees je precies hoe je te werk gaat.
Bladstekken van een crassula
De makkelijkste manier om een crassula te stekken is via een blad. Trek een gezond blad met een lichte draaiende beweging van de stam. Zorg dat het blad volledig heel blijft, inclusief de aanhechting aan de stam. Een blad dat gebroken is aan de basis, groeit niet aan.
Leg het blad vervolgens op droge, goed doorlatende cactusgrond of een mengsel van potgrond en perliet. Duw het blad niet in de grond, maar laat het gewoon bovenop liggen. Na een paar weken verschijnen er kleine roze worteltjes aan de basis. Daarna groeien er kleine blaadjes uit. Geef pas een kleine hoeveelheid water als de worteltjes zichtbaar zijn.
Geduld is hier belangrijk. Het duurt gemakkelijk vier tot acht weken voordat je echt een nieuw plantje ziet groeien. Zet het blad op een lichte plek zonder direct felle zon, want dat droogt het blad te snel uit.
Stengelstekken: sneller resultaat
Wil je sneller een flinke nieuwe plant, kies dan voor een stengelstekking. Knip een gezonde tak of scheut af van minimaal vijf tot tien centimeter. Gebruik een schoon, scherp mesje of tuinschaar om infectie te voorkomen.
Laat de stek daarna één tot drie dagen op een droge, lichte plek liggen zodat de snijwond indroogt. Dit heet “callus vormen” en voorkomt dat de stek gaat rotten als je hem inpot. Steek de stek daarna een paar centimeter in droge cactusgrond en wacht een week voor je de eerste keer water geeft.
Bij stengelstekken gaat het wortelen een stuk sneller dan bij bladstekken. Na twee tot vier weken zitten er vaak al flinke wortels aan. Je kunt dit controleren door de stek voorzichtig een klein beetje te bewegen: voel je weerstand, dan heeft hij wortel geschoten.
De beste omstandigheden voor crassula stekken
Crassula stekken doe je het liefst in het voorjaar of de vroege zomer. De plant groeit dan actief, wat het wortelen bevordert. In de winter gaat de groei langzamer en is de kans op succes kleiner.
Gebruik altijd goed doorlatende grond. Gewone potgrond houdt te veel vocht vast, waardoor de stekken gaan rotten. Cactus- of vetplantengrond werkt goed, of je mengt reguliere potgrond met een kwart perliet of grof zand.
Zet de stekken op een warme, lichte plek. Een vensterbank op het zuiden of westen is ideaal. Vermijd direct felle middagzon op jonge stekjes, want die kunnen dan uitdrogen voordat ze wortels hebben gevormd.
Veelgemaakte fouten bij het stekken
Te vroeg water geven is de meest voorkomende fout. Crassula stekken hebben geen water nodig zolang ze nog geen wortels hebben. Water in deze fase vergroot de kans op rotting sterk. Wacht dus altijd tot je wortels ziet of voelt.
Een andere valkuil is een beschadigd blad gebruiken. Als het blad niet heel loskomt van de stam, heeft het geen groeipunt meer en zal er nooit een nieuwe plant uit groeien. Trek het blad dus rustig en volledig los, anders kun je beter een andere tak of een stengelstekje kiezen.
Tot slot: zet stekken niet in een volledig donkere hoek. Licht is nodig voor de eerste groei, ook al heeft de plant nog geen bladeren. Een lichte plek zonder direct zonlicht is de gouden middenweg.
Met een beetje geduld en de juiste aanpak heb je binnen een paar maanden een nieuwe, gezonde crassula. Bladstekken zijn ideaal als je veel plantjes wilt maken, stengelstekken als je snel een grotere plant wilt hebben.
