Graspollen snoeien: zo doe je het goed en op het juiste moment

Graspollen snoeien doe je het best aan het einde van de winter, vlak voor het nieuwe groeiseizoen begint. Knip de pollen dan flink terug tot vlak boven de grond, zodat het gras in het voorjaar fris en sterk uitloopt. Gebruik daarvoor een scherpe snoeischaar of heggenschaar en bind de pol eventueel samen voor je knipt, zodat je sneller klaar bent.

Wanneer graspollen snoeien?

Het beste moment om graspollen te snoeien is eind februari of begin maart, afhankelijk van het weer. Wacht tot de eerste vorstperiode voorbij is, maar begin voordat de nieuwe scheuten uitlopen. Snoeien doe je dan maar één keer per jaar. Doe je het te vroeg, dan beschadig je misschien al aanwezige jonge uitlopers. Doe je het te laat, dan knip je de nieuwe groei weg en dat kost het gras onnodige energie.

Zomerbloeiende siergrassen, zoals Miscanthus, snoeien in de late winter vlak voor het groeiseizoen. Lentebloeiende soorten, zoals Pennisetum of Stipa, kun je beter in het voorjaar na de bloei licht bijwerken, maar ook deze pollen hebben baat bij een grondige snoeibeurt aan het eind van de winter.

Hoe graspollen snoeien: stap voor stap

Graspollen snoeien gaat het makkelijkst als je de pol eerst samengebonden met een stuk touw of een elastische band. Zo houd je alle halmen bij elkaar en knip je in één beweging door de hele pol. Dit scheelt tijd en gedoe.

  • Bind de pol samen met touw op een handige werkhoogte.
  • Knip de pol terug tot ongeveer 10 tot 15 centimeter boven de grond.
  • Verwijder dood en bruin materiaal dat achterblijft.
  • Hark of pluk losse dode halmen weg als je ze niet met de schaar pakt.
  • Voeg het gesnoeid materiaal toe aan de composthoop of afvalbak.

Voor kleine pollen werkt een gewone snoeischaar prima. Bij grotere, stevige pollen, zoals Miscanthus, heb je meer kracht nodig. Gebruik dan een heggenschaar of zelfs een kettingzaag voor de dikste exemplaren. Let op dat het blad scherp is, zodat je een schone snede maakt en de pol niet onnodig beschadigt.

Plukken als alternatief voor knippen

Naast knippen kun je graspollen ook plukken. Trek daarbij de dode, bruine halmen voorzichtig naar buiten. Dit werkt goed bij soorten met minder stugge halmen, zoals Festuca of kleinere sierpollen. Plukken duurt wat langer dan knippen, maar het voorkomt dat je versnapt in levende groene scheuten. Je haalt zo alleen het dode materiaal weg en laat het levende gras intact.

Een nadeel van plukken is dat het bij grote pollen veel tijd kost. Bij stevige soorten is knippen dan gewoon praktischer.

Hoe ver terugknippen?

Snij de pol terug tot ongeveer 10 tot 15 centimeter boven de grond. Ga je hoger zitten, dan blijft er te veel dood materiaal achter en ziet de pol er rommelig uit. Ga je lager dan 5 centimeter, dan bestaat de kans dat je de groeiende knopen beschadigt en de pol minder goed uitloopt. De maat van 10 tot 15 centimeter werkt bij de meeste gangbare siergrassen goed als vuistregel.

Wat je daarna nog kunt doen

Na het snoeien is het een goed moment om een laagje compost of een langzaamwerkende meststof rondom de pol te strooien. Het gras heeft na de winter zin in nieuwe voeding en loopt daarmee krachtig uit. Houd de grond ook licht losgetrokken, zodat regenwater makkelijk bij de wortels kan komen.

Controleer tegelijk of de pol te groot is geworden. Grote, verouderde pollen kunnen van binnenuit afsterven en een lege kern ontwikkelen. Dan is het verstandig om de pol te delen: graaf hem op, snijd hem doormidden of in kleinere stukken en plant de beste delen opnieuw in. Dit doe je ook het best in het vroege voorjaar, meteen na het snoeien.

Graspollen snoeien hoeft echt niet ingewikkeld te zijn. Met een scherp gereedschap, een stuk touw en een kwartier werk per pol geeft je gras elk voorjaar weer een frisse start.