Een lantaarnplantje stekken is verrassend eenvoudig en lukt bijna altijd. Je neemt een gezond stukje stengel, laat de snijwond kort drogen en zet het stekje in vochtige grond of water. Binnen een paar weken vormen zich wortels en heb je een nieuw plantje.
Welk materiaal heb je nodig?
Je hebt maar weinig nodig. Pak een schone, scherpe schaar of een mes om een stekje af te snijden. Verder heb je een klein potje nodig, gevuld met stekgrond of een mengsel van potgrond en perliet. Wil je stekken in water, dan volstaat een smal glaasje of vaasje. Zorg dat het gereedschap schoon is, zodat je geen bacteriën overbrengt op de plant.
Lantaarnplantje stekken: de stap voor stap uitleg
Knip een stengel af van ongeveer 10 tot 15 centimeter. Kies een stengel die gezond en stevig is, zonder gele of beschadigde bladeren. Snijd net onder een knoop (het punt waar een blad aan de stengel zit), want daar zitten de cellen die nieuwe wortels vormen.
Verwijder de onderste bladeren zodat de onderste 3 tot 5 centimeter van de stengel kaal is. Leg het stekje daarna een uur of twee op een droge plek. Zo kan de snijwond iets verdrogen, wat de kans op rotting kleiner maakt. Dit is bij de Ceropegia (het lantaarnplantje) zeker aan te raden, omdat de plant sappige stengels heeft die snel kunnen rotten bij direct contact met vochtige grond.
Steek het stekje daarna in vochtige stekgrond. Druk de grond licht aan zodat het stekje rechtop staat. Zet het potje op een warme, lichte plek zonder direct zonlicht. Een temperatuur tussen de 18 en 24 graden werkt het best. Houd de grond licht vochtig, maar niet nat. Geef elke paar dagen een beetje water en laat de grond tussenin iets opdrogen.
Stekken in water: werkt dat ook?
Ja, lantaarnplantjes stekken in water werkt goed en heeft een leuk voordeel: je kunt de wortels zien groeien. Zet de kale stengel in een glaasje met wat lauw water. Zorg dat alleen het onderste deel in het water staat en de bladeren er niet in hangen, want die rotten dan snel. Ververs het water elke week om bacteriegroei te voorkomen. Na twee tot vier weken zie je de eerste wortels verschijnen. Zodra de wortels een centimeter of twee lang zijn, plant je het stekje over in potgrond.
Wanneer is het beste moment om te stekken?
Het best stek je een lantaarnplantje in het voorjaar of de vroege zomer. In die periode is de plant actief aan het groeien, wat de vorming van nieuwe wortels stimuleert. Stekken in de herfst of winter lukt soms wel, maar gaat langzamer omdat de plant dan van nature in een rustperiode zit.
Veelgemaakte fouten bij het stekken
- Te veel water geven: de stengel rotte dan snel. Geef liever te weinig dan te veel.
- De snijwond niet laten drogen: dit vergroot de kans op rotting, zeker bij de sappige stengels van de Ceropegia.
- Stekje in te donkere plek zetten: zonder licht groeit het langzamer. Kies een lichte plek, maar vermijd direct felle zon.
- Te vroeg controleren of er al wortels zijn: trek niet aan het stekje om te voelen of het vast zit. Dat breekt de jonge wortels af. Wacht gewoon een paar weken.
Zodra je nieuwe blaadjes ziet groeien, weet je dat het gelukt is. Dat is het teken dat het stekje geworteld is en zich goed voelt. Geef het daarna de normale verzorging die je ook aan de moederplant geeft, met weinig water en een lichte standplaats. Een lantaarnplantje stekken kost weinig moeite en levert snel resultaat: ideaal als je je collectie wilt uitbreiden of een plantje aan iemand wilt geven.
