Een rozenstruik stekken is de makkelijkste manier om een bestaande roos te vermeerderen, zonder kosten en zonder ingewikkeld gereedschap. Je knipt een gezonde scheut af, bereidt de stek goed voor en steekt hem in de grond. Met de juiste techniek heeft een groot deel van de stekken na een paar maanden wortel gemaakt.
De beste tijd om een rozenstruik te stekken
De meest geschikte periode voor rozenstruik stekken is late zomer tot vroeg najaar, ruwweg augustus tot oktober. De scheuten zijn dan stevig genoeg (half-verhoutzend) maar nog niet volledig verhard. Stekken die je in deze periode neemt, hebben de winter nodig om wortels te vormen en zijn in het voorjaar klaar om uit te lopen.
Je kunt ook in het vroege voorjaar stekken nemen van zachte, jonge scheuten, maar de slaagkans ligt dan lager. De najaarsperiode werkt voor de meeste rozenvariëteiten het beste.
Wat je nodig hebt
- Een scherp, schoon snoeimes of tuinschaar
- Een stek van 15 tot 20 centimeter lang
- Eventueel beworteld poeder of bewortelingshormoongel
- Losse, goed doorlatende potgrond of tuingrond
- Een pot of een plek in de volle grond
Een schoon mes is geen overbodige luxe. Vuil of roestig gereedschap brengt bacteriën over op de stek, waardoor hij kan verrotten voor de wortels zich hebben gevormd.
Rozenstruik stekken: de juiste snede
De manier waarop je de stek afknipt, maakt een duidelijk verschil. Knip de onderkant van de stek recht af, net onder een blad of bladknoopje. Knip de bovenkant schuin af, net boven een blad. Deze twee snedes zijn niet willekeurig: de rechte onderkant zorgt voor meer contact met de grond en een betere wateropname, de schuine bovenkant laat regenwater weglopen zodat de stek niet rot.
Kies een scheut die je zo’n drie of vier bladknoopjes geeft. Verwijder de onderste bladeren zodat er geen blad onder de grond zit. Laat bovenaan twee of drie blaadjes zitten, maar knip ze eventueel in om verdamping te beperken.
Planten en verzorgen
Doop de onderkant van de stek in beworteld poeder of bewortelingshormoongel als je die hebt. Dat is niet verplicht, maar verhoogt de slaagkans. Prik de stek voor twee derde de grond in en druk de grond er goed omheen. Zorg dat hij recht staat en niet wiggelt.
Zet de stek op een lichte plek zonder direct felle zon. Te veel zon droogt de stek uit voor hij wortels heeft. Houd de grond licht vochtig, niet drijfnat. Een doorzichtige plastic zak of een afgesneden petfles als miniserre eroverheen houdt de luchtvochtigheid op peil en verkleint de kans op uitdrogen.
Na zes tot tien weken kun je voorzichtig aan de stek trekken. Voelt hij vast? Dan zijn er wortels gevormd. Geef hem dan iets meer ruimte en licht. Laat hem de eerste winter beschut overwinteren als hij in een pot staat, want jonge wortels zijn gevoeliger voor vorst dan een gevestigde plant.
Veelgemaakte fouten bij het stekken van rozen
De meest voorkomende reden dat stekken mislukken is een stek die te slap of te oud is. Een slappe, zachte scheut rot snel weg. Een volledig verhoute, harde tak vormt moeilijk wortels. Kies een scheut die lichtjes buigt maar stevig aanvoelt, dat is de zogeheten half-verhoute scheut.
Een andere valkuil is te veel water geven. De grond moet vochtig zijn, maar als water blijft staan rot de stek. Gebruik dus een pot met een goed afvoergat en geen zware kleigrond.
Tot slot: niet alle rozen zijn even makkelijk te stekken. Moderne theehybriden slaan wat lastiger aan dan oudere struikvormige rozen of wilde rozen. Probeer bij twijfel meerdere stekken tegelijk, zodat er altijd een paar aanslaan.
Met een paar stekken van een gezonde scheut, de juiste snede en een beetje geduld haal je gratis nieuwe rozenstruiken uit je eigen tuin. Geef ze de tijd, bescherm ze de eerste winter en je hebt volgend jaar bloeiende planten klaarstaan.
