Sla zaaien in potjes is eenvoudig en je kunt er al vroeg in het seizoen mee beginnen, zelfs als je geen tuin hebt. Zaai de zaden in kleine potjes of bakjes met zaaigrond, houd de grond vochtig en zet de potjes op een lichte plek. Na een week of twee kiemen de eerste zaadjes al, en al snel daarna kun je beginnen met oogsten.
Wanneer begin je met sla zaaien in potjes?
Je kunt sla zaaien in potjes vanaf begin maart, maar eigenlijk het hele jaar door als je binnen zaait of een koude kas gebruikt. Eind maart of begin april is een populair moment: de dagen worden langer, er is meer licht en de temperatuur buiten stijgt langzaam. Sla groeit het liefst bij temperaturen tussen de 10 en 20 graden Celsius. Bij warmere temperaturen gaat de plant snel schieten, wat de smaak minder maakt.
Wil je de oogst spreiden? Zaai dan om de twee à drie weken een nieuw potje bij. Zo heb je steeds verse sla beschikbaar en eet je nooit te veel tegelijk op.
Wat heb je nodig?
Je hebt maar weinig nodig om te beginnen:
- Zaaigrond of potgrond (geen zware tuinaarde)
- Kleine potjes of zaaibakjes, met gaatjes in de bodem
- Slazaad, bijvoorbeeld snijsla, pluksla of kropsla
- Een schoteltje of onderbak voor het water
- Een lichte vensterbank of een buitenplek na de vorst
Zaaigrond is bewust luchtig en voedingsarm. Dat klinkt vreemd, maar jonge zaadjes hebben in het begin weinig voeding nodig. Rijke potgrond kan de kleine worteltjes zelfs beschadigen. Gebruik zaaigrond tot de zaadjes een paar centimeter hoog zijn; daarna kun je eventueel verpotten naar gewone potgrond.
Sla zaaien in potjes: de stappen
Volg dit stappenplan voor een goed resultaat:
- Vul het potje. Doe zaaigrond in het potje tot ongeveer een centimeter onder de rand. Druk licht aan en maak de grond iets vochtig met een plantenspuit of door het potje even in water te zetten.
- Zaai de zaden. Strooi een paar slazaadjes dun over de grond. Sla heeft licht nodig om te kiemen, dus bedek de zaden hooguit met een heel dunne laag grond (zo’n twee millimeter) of laat ze gewoon bovenop liggen.
- Afdekken (optioneel). Leg een stuk transparante folie of een doorzichtig deksel over het potje. Dit houdt vocht vast en versnelt het ontkiemen. Haal het deksel eraf zodra de eerste spruiten zichtbaar zijn.
- Zet het op een lichte plek. Een vensterbank op het zuiden of westen is ideaal. Zorg voor voldoende licht, maar vermijd felle middagzon direct op de kiemplantjes in het begin.
- Water geven. Houd de grond lichtjes vochtig, niet nat. Geef water bij voorkeur van onderaf: zet het potje even in een schoteltje met water en laat het opzuigen. Zo voorkom je dat de grond verslempt of de jonge plantjes omvallen.
- Uitdunnen. Staan er te veel zaadjes opgekomen? Knip de overtollige plantjes weg met een schaar. Trek ze niet uit, want dan beschadig je de wortels van de buurplant.
Verpotten en naar buiten
Zijn de plantjes een centimeter of vijf hoog en hebben ze twee echte blaadjes? Dan zijn ze klaar om te verpotten naar een groter bakje of pot. Gebruik dan gewone potgrond met wat extra voeding. Geef de plantjes een week of twee de tijd om te wennen voordat je ze buiten zet.
Buiten plaatsen doe je pas als er geen nachtvorst meer verwacht wordt. In Nederland is dat doorgaans na half mei, al kun je sla als koudeminnende groente al eerder buiten zetten als je hem ’s nachts beschermt met een fleece of klok.
Oogsten vanuit het potje
Bij pluksla en snijsla kun je al oogsten zodra de bladeren groot genoeg zijn, meestal vier tot zes weken na het zaaien. Knip de buitenste bladeren af en laat de plant doorgroeien. Zo oogst je meerdere keren van hetzelfde potje. Bij kropsla wacht je tot er een echte krop gevormd is en snij je de hele plant af op een centimeter boven de grond. Soms groeit er dan nog een tweede, kleinere krop na.
Begin met een paar potjes op de vensterbank en je merkt al snel hoe snel sla groeit. Het is een van de makkelijkste groenten om thuis te kweken, ook zonder tuin of grote buitenruimte.
