Een vlinderplant stekken is de makkelijkste manier om nieuwe planten te krijgen van je bestaande struik. Het beste moment is het einde van het voorjaar of het begin van de zomer, wanneer de plant volop in groei is en de stekken de meeste kans hebben om te bewortelen.
Wanneer is het juiste moment om te stekken?
Kies bij voorkeur voor halfrijp hout: takjes die niet meer piepjong en zacht zijn, maar ook nog niet volledig verhoutt. Dat stadium bereikt de vlinderstruik rond mei tot en met juli. In die periode groeit de plant krachtig en zitten de stekken vol energie om wortels te vormen. Stekken in de herfst of winter werkt ook, maar dan gebruik je volledig verhoutte stekken. Die hebben meer tijd nodig om te bewortelen.
Vlinderplant stekken: het stappenplan
Zorg dat je schoon en scherp gereedschap gebruikt. Vuil of bot gereedschap beschadigt het stek en vergroot de kans op schimmel of rotting. Ontsmet je snoeischaar even met alcohol voor je begint.
- Stap 1: snij een stek. Kies een gezonde, niet-bloeiende scheut van zo’n 10 tot 15 centimeter lang. Snij net onder een knoop (het punt waar een blad aan de stengel zit). Maak de snede schuin, zodat waterafvoer beter gaat.
- Stap 2: verwijder de onderste bladeren. Laat bovenaan twee of drie blaadjes zitten. Alle bladeren aan de onderkant haal je weg, zodat er geen blad onder de grond zit te rotten.
- Stap 3: gebruik bewortclingspoeder (optioneel). Doop het onderste snijvlak kort in bewortclingspoeder of bewortclingshormon. Dit versnelt de wortelvorming, maar is niet strikt noodzakelijk bij gezonde stekken in het groeiseizoen.
- Stap 4: plant het stek in stekgrond. Gebruik luchtige stekgrond of een mengsel van potgrond en perliet. Prik met een potlood of stokje eerst een gaatje, zodat je het bewortclingspoeder niet wegveegt bij het insteken.
- Stap 5: zet het stek op een lichte, warme plek. Vermijd direct felle zon. Een temperatuur van 18 tot 22 graden is ideaal. Dek de pot eventueel af met een doorzichtige plastic zak of kap om de luchtvochtigheid hoog te houden.
- Stap 6: houd de grond licht vochtig. Niet te nat, want dan rotten de stekken. Controleer elke paar dagen en geef alleen water als de bovenste laag grond bijna droog aanvoelt.
Hoe weet je of het gelukt is?
Na twee tot zes weken beginnen de eerste wortels te vormen. Je merkt dat het gelukt is als er nieuwe blaadjes verschijnen of als je voelt dat het stek enige weerstand biedt als je er lichtjes aan trekt. Heb je de pot bedekt met plastic, verwijder die afdekking dan geleidelijk als je nieuwe groei ziet, zodat de plant kan wennen aan de gewone lucht.
Geef het bewortclde stek nog een paar weken de tijd in de pot voordat je het verpot naar een grotere bak of buiten in de grond zet. Plant jonge exemplaren bij voorkeur pas buiten als er geen nachtvorst meer te verwachten is.
Veelgemaakte fouten bij het stekken van een vlinderstruik
Te lange stekken nemen te moeilijk wortels. Houd de lengte op maximaal 15 centimeter. Te vochtige grond is de grootste boosdoener bij mislukte stekken: wortels hebben ook zuurstof nodig, en natte grond biedt dat niet. Gebruik daarom nooit gewone tuinaarde zonder toevoeging van perliet of zand. Tot slot: geduld is belangrijk. Geef de plant de tijd en trek niet te snel aan het stek om te controleren of er wortels zijn, want dat breekt jonge worteltjes af voor je ze ziet.
Met een beetje aandacht voor het juiste tijdstip en de juiste techniek haal je uit één volwassen vlinderstruik moeiteloos meerdere nieuwe planten. Dat is niet alleen goedkoper dan kopen, maar geeft ook de garantie dat je dezelfde bloeiende struik in huis haalt die je al kent.
