Boerenkool zaai je in mei of juni, afhankelijk van het ras. Herfstboerenkool zaai je in mei, winterboerenkool wat later in juni. Daarmee ligt de zaaitijd redelijk vast: te vroeg zaaien heeft weinig zin, te laat zaaien ook niet.
Herfst- of winterboerenkool: wat zaai je wanneer?
Er zijn twee veel geteelde typen boerenkool: herfstboerenkool en winterboerenkool. Herfstboerenkool is eerder oogstklaar en zaai je in mei. Winterboerenkool heeft meer tijd nodig om te groeien en zaai je in juni. Door dit onderscheid te maken, kies je een zaaitijd die past bij wanneer je wilt oogsten.
Wil je boerenkool in het najaar eten? Kies dan een herfstras en zaai in mei. Wil je juist in de winter oogsten, na de eerste vorst? Winterboerenkool is dan de betere keuze, en juni is het moment om te zaaien. Vorst maakt winterboerenkool overigens zoeter, wat de smaak ten goede komt.
Boerenkool zaaien stap voor stap
Je kunt boerenkool direct buiten zaaien, of eerst voorzaaien in een pot of zaaibak binnenshuis. Voorzaaien heeft als voordeel dat je de jonge plantjes beschermt tegen slakken en vogels totdat ze iets groter zijn.
- Voorzaaien: vul een zaaibak of kleine pot met zaaigrond. Druk het zaad licht aan en dek het af met een dunne laag grond (ongeveer 1 cm). Houd de grond vochtig. Na 7 tot 14 dagen komen de zaden doorgaans op.
- Direct buiten zaaien: kies een plek met losse, voedzame grond en voldoende zon. Maak een ondiep zaaigreppeltje van ongeveer 1 cm diep. Strooi de zaden niet te dicht op elkaar en dek ze af met grond.
- Uitdunnen: zodra de plantjes een paar centimeter groot zijn, dun je ze uit. Bewaar de sterkste plantjes en zorg voor een onderlinge afstand van uiteindelijk zo’n 50 tot 60 cm. Boerenkool heeft ruimte nodig om groot te worden.
De juiste plek en grond
Boerenkool groeit het best op een zonnige tot licht beschaduwde plek. De grond mag best stevig en kleiig zijn, maar goede drainage is belangrijk. Kleigrond houdt vocht en voedingsstoffen goed vast, wat de plant juist prettig vindt. Zand je grond te sterk door, dan moet je vaker bemesten.
Bemest de grond voor het zaaien met compost of gerijpte mest. Boerenkool is een forse groeier en heeft veel stikstof nodig. Op uitgeputte grond blijft de plant klein en legt ze weinig op. Wissel ook van plek elk jaar: boerenkool hoort tot de koolsoorten, en terugplaatsen op dezelfde plek vergroot het risico op knolaaltjes en knolvoet.
Veel gemaakte fouten bij het zaaien
Een veelgemaakte fout is te diep zaaien. Boerenkoolzaad is klein en heeft maar weinig grond nodig om doorheen te breken. Zaai je te diep, dan kost ontkieming te veel energie en kiemen de zaden ongelijkmatig of helemaal niet. Houd het bij ongeveer 1 cm diepte.
Een andere valkuil is te dicht zaaien en te laat uitdunnen. Plantjes die te dicht op elkaar staan, concurreren om licht en voedingsstoffen. Het resultaat zijn smalle, zwakke planten die nooit echt aarden. Dun daarom vroeg uit, ook al voelt het zonde.
Let ook op slakken in de eerste weken na het zaaien. Jonge boerenkoolplantjes zijn een gewilde prooi. Hou ze in de gaten, zeker bij nat weer, en gebruik waar nodig slakkenkorreltjes of een koperen rand rondom de bak of het bed.
Zaai boerenkool op het juiste moment, geef de plantjes ruimte en zorg voor voedzame grond. Dan heb je in de herfst of winter een forse oogst van een van de meest koude-resistente groenten die je in de moestuin kunt verbouwen.
