Het terras ligt er, de border is klaar, maar die kale hoek bij de schutting schreeuwt nog om iets groens. Een houten plantenbak maken doe je met vier stevige hoekstijlen, een frame van vuren of douglas regels, planken eromheen en een bodem die water doorlaat. Reken op zo'n twee tot drie uur werk voor een bak van 80 x 80 x 50 centimeter. Met de juiste houtsoort, roestvaste schroeven en een goede drainage gaat zo'n bak tien jaar of langer mee.
Welk hout gebruik je voor een plantenbak?
Kies hout dat van nature tegen vocht kan, dan hoef je nauwelijks te behandelen. Robiniahout is de sterkste keuze voor buiten: het is duurzaamheidsklasse 1 tot 2 en gaat ongeïmpregneerd vaak vijftien tot vijfentwintig jaar mee in contact met grond. Nadeel: het is duur en de planken zijn zelden kaarsrecht.
Douglas tuinhout is de praktische middenweg. Het is goed betaalbaar, licht van kleur en vergrijst mooi. Zonder behandeling houdt douglas boven de grond makkelijk acht tot twaalf jaar stand. Geïmpregneerd vuren mag ook, maar zet daar dan wel een folie tussen als je er groente in wilt kweken.
Wat je beter laat liggen: onbehandeld vuren of dunne schuttingplanken van 12 millimeter. Die trekken krom en rotten binnen drie jaar aan de onderkant weg. Reken voor de wanden op planken van minstens 18 millimeter dik, liever 22.
Maten, gereedschap en boodschappenlijst
Ga uit van 80 x 80 x 50 centimeter (lxbxh). Dat is een fijne maat: breed genoeg voor een kleine sierheester, hoog genoeg om er comfortabel bij te staan. Voor een verhoogde plantenbak waarin je groente wilt telen, ga je naar 70 of 80 centimeter hoogte; dan hoef je niet te bukken. Houd de bak nooit breder dan 120 centimeter, anders kom je met je handen niet bij het midden.
Je hebt nodig: vier stijlen van 7 x 7 centimeter (lengte 50 cm, of 55 als je pootjes wilt), ongeveer 12 tot 14 planken van 20 x 2 centimeter, wat regels van 45 x 45 millimeter voor de bodemdragers, houtbouwschroeven van 5 x 60 millimeter voor het frame en 4 x 45 millimeter voor de planken, een rol worteldoek en wat ringnagels om dat doek vast te zetten. Neem alles in RVS of verzinkt, anders krijg je binnen een seizoen zwarte roestsporen op je hout.
Qua gereedschap volstaat een boormachine of accuschroevendraaier, een cirkelzaag of handzaag, een winkelhaak, een potlood, een boortje van 3 millimeter en eventueel een schuurmachine. Voor de planken op maat zagen kun je in de meeste bouwmarkten terecht aan de zaagafdeling; scheelt je een hoop stof in de tuin.
Een schetsje helpt echt. Teken de vier zijden apart uit met de plankbreedte erin verwerkt, dan zie je meteen hoeveel planken je per zijde nodig hebt en of je de bovenste plank moet schaven. Zo'n simpele tekening voorkomt drie ritjes naar de bouwmarkt.
Stap voor stap: zo bouw je de bak
Zaag eerst alles op maat en leg het per onderdeel gesorteerd op een bok of oude vlonder. Werk daarna in deze volgorde:
1. Zaag de stijlen. Vier stuks van 50 centimeter uit 7 x 7 centimeter hout. Wil je pootjes, maak ze dan 56 centimeter en laat 6 centimeter onder de bak uitsteken.
2. Bouw twee zijkanten. Leg twee stijlen op de grond, precies 76 centimeter uit elkaar (dan wordt de buitenmaat 80 met plankdikte 2 cm), en schroef daar de planken op. Voorboor met 3 millimeter, anders splijt het uiteinde. Twee schroeven per plank per stijl, van 4 x 45 millimeter.
3. Verbind de twee helften. Zet de twee zijkanten rechtop, klem ze tijdelijk vast en schroef de planken van de voor- en achterzijde ertussen. Controleer met de winkelhaak na elke twee planken of het nog haaks staat.
4. Maak de bodem. Schroef twee regels van 45 x 45 millimeter binnen in de bak, ongeveer 4 centimeter boven de onderrand. Leg daar losse planken op met 1 centimeter ruimte ertussen. Die spleten zijn je drainage.
5. Bekleed met worteldoek. Snijd het doek ruim, druk het in de hoeken en zet het met ringnagels vast tegen de bovenrand. Knip het doek boven de bodemspleten niet dicht.
6. Werk af. Schuur de bovenrand en de hoeken met korrel 80 en daarna 120, zodat je er geen splinters aan haalt. Zet eventueel een afdeklat van 7 centimeter breed op de rand als zitrand.
Rotten voorkomen zit in de details
De onderkant van je bak is de zwakke plek. Zet de bak nooit plat op tegels of aarde, maar op vier pootjes, klinkers of tegeldragers van 4 tot 6 centimeter. Zo kan lucht eronder door en droogt het hout na een regenbui op. Constant contact met natte grond is de meest voorkomende oorzaak van rotte hoekstijlen.
Worteldoek laat water door maar houdt de grond van het hout af. Vijverfolie werkt ook, maar prik daar dan wel om de 20 centimeter een gaatje in de bodem, anders staat je bak na een najaarsbui vol. Bij duurzame houtsoorten zoals robinia of douglas kun je zelfs zonder doek planten; het hout is dan gewoon het snelst vergaande onderdeel van je bak, niet de plant.
Wie liever kant-en-klaar zaagwerk in huis haalt, kan planken en balken voor tuin en terras hout op maat laten leveren en thuis alleen nog monteren. Meet in dat geval je stijlen twee keer na, want een zaagfout van een halve centimeter zie je later terug in een scheve bovenrand.
Goedkoop bouwen zonder rommelbak
Een plantenbak van stapelblokken is de snelste kortere weg: zes tot acht betonblokken op een strak vlak zand, twee lagen hoog, en je hebt een verhoogd bed zonder één schroef. Werkt prima voor moestuinbedden, maar oogt zwaar en verplaatsen doe je niet zomaar.
Wil je in hout goedkoop een plantenbak maken, kijk dan naar restpartijen en afwijkende lengtes; die kosten regelmatig dertig tot vijftig procent minder dan volle planken. Steigerhout is populair maar let op: gebruikt steigerhout is vaak onbehandeld vuren en houdt het buiten hooguit vier tot zes jaar vol.
Een gids met een uitgewerkt bouwplan voor een verhoogde plantenbak staat onder andere bij Stihl, handig als je de maten met een tweede tekening wilt vergelijken. Rond die maatvoering op tien centimeter af, dan zaag je minder restjes weg. Bestellen van planken en balken in verschillende houtsoorten kan onder meer via Houtenplaten.be.
Vullen en veelgemaakte fouten
Vul de bak niet volledig met dure potgrond. Onderin gaat een laag van 10 centimeter grove takken, houtsnippers of gebroken puin, daarboven tuingrond en de bovenste 20 centimeter potgrond of tuinturfvrije plantgrond. Zo'n bak van 80 x 80 x 50 centimeter slikt al gauw 250 liter.
Vier fouten zie je steeds terugkomen. Te dunne planken, waardoor de wanden bol gaan staan onder het gewicht van natte grond. Verkeerde schroeven, die zwart uitslaan en het hout verkleuren. Geen ruimte tussen de bodemplanken, waardoor wortels verzuipen. En te grote bakken op een terras, want gevuld weegt zo'n exemplaar snel 200 kilo en verplaats je niet meer. Zet hem dus meteen goed.
Welke planten erin gaan, bepaalt hoeveel grond je nodig hebt en hoe diep die moet zijn; wie daarover verder wil lezen, vindt in ons archief over tuinontwerp en beplanting volop ideeën. Combineer een vaste groenblijver met wisselende seizoensbeplanting, dan staat de bak nooit helemaal leeg.
Douglas en robinia blijven voorlopig de meest gevraagde houtsoorten voor dit soort klussen, en de prijzen ervan schommelen per seizoen mee met de bouwmarkt. Wie nu zaagt, weet over tien jaar pas precies hoe lang zijn bak het houdt.
Met de juiste houtsoort, roestvaste schroeven en een goede drainage gaat een houten plantenbak tien jaar of langer mee.
