Knotbomen snoeien doe je door alle jonge twijgen en scheuten terug te snoeien tot aan de knot, het verdichte hout bovenaan de stam. Dit heet ook wel “afzetten”. Het resultaat is een kale, ronde verdikking waaruit na de snoei weer nieuwe loten groeien. Doe je dit regelmatig, dan blijft de boom gezond en houd je hem beheersbaar.
Dit artikel legt precies uit hoe je een knotboom snoeit: wanneer je het doet, hoe je de twijgen wegneemt en waar je op moet letten om de boom niet te beschadigen.
Wanneer knotbomen snoeien?
De beste periode voor het snoeien van knotbomen is het late voorjaar of de vroege zomer, meestal tussen april en juni. Op dat moment staat de boom in volle groei en herstelt hij snel na de snoei. De knoppen schieten dan vlot weer uit. Een tweede mogelijkheid is snoeien in het vroege voorjaar, net voordat de boom uitloopt. Beide momenten werken goed.
Wat je liever vermijdt, is snoeien in de volle winter of tijdens vorstperiodes. Het hout is dan gevoeliger voor uitdroging en bevriezing van de snijvlakken. Snoeien in de zomer bij hitte is ook minder ideaal, omdat de boom dan meer stress heeft.
Knotbomen snoeien doe je niet elk jaar. De gebruikelijke cyclus is elke twee tot vijf jaar, afhankelijk van de boomsoort en hoe snel de scheuten groeien. Knotwilgen groeien snel en mogen vaker worden gesnoeid. Knotessen en knotlindes groeien iets trager en hoef je minder frequent terug te zetten.
Welke bomen zijn geschikt als knotboom?
De bekendste knotboom is de knotwilg, maar ook andere soorten lenen zich goed voor deze snoeivorm. Veelgebruikte soorten zijn:
- Wilg (Salix), waaronder de schietwilg en de kraakwilg
- Es (Fraxinus)
- Linde (Tilia)
- Populier (Populus)
- Els (Alnus)
Niet elke boom verdraagt knotten even goed. Eiken en beuken reageren minder voorspelbaar op deze snoeivorm. Bij twijfel kun je beter bij de oorspronkelijke boomsoorten blijven die van oudsher als knotboom worden toegepast.
Knotbomen snoeien: stap voor stap
Goede voorbereiding scheelt werk en verkleint de kans op fouten. Gebruik scherp en schoon gereedschap: een zaag voor dikkere twijgen, een snoeischaar voor dunne scheuten. Desinfecteer het gereedschap voor je begint, zodat je geen schimmelziektes van de ene boom naar de andere overbrengt.
Volg deze stappen:
- Stap 1: Bekijk de knot. Zoek de verdikking bovenaan de stam. Alle scheuten die je wegneemt, zagen of knippen je direct boven deze knot af, vlak bij het verdichte hout. Laat geen lange stompen staan, want die rotten weg.
- Stap 2: Zaag de twijgen af. Werk van buiten naar binnen. Bij dikke takken gebruik je een zaag en maak je een rechte, nette snede. Probeer het hout van de knot zelf niet te beschadigen.
- Stap 3: Verwijder al het materiaal. Haal de afgezaagde takken en twijgen weg van rondom de boom. Dit voorkomt dat ziektes of schimmels in het afgesneden hout achterblijven in de buurt van de boom.
- Stap 4: Controleer de knot. Kijk of er rotte plekken, open wonden of holtes zijn. Kleine beschadigingen herstelt de boom zelf. Grote holtes of ernstige rotting zijn een signaal dat de boom hulp van een boomverzorger nodig heeft.
Hoeveel mag je in één keer wegsnoeien?
Snoei je een knotboom die al jaren niet is bijgewerkt, dan kunnen de twijgen flink dik zijn geworden. Zaag in dat geval alle scheuten zo dicht mogelijk bij de knot weg, ook al zijn ze al behoorlijk dik. Een knotboom is precies op deze behandeling ingesteld en herstelt goed, mits je de knot zelf ongemoeid laat.
Wacht je te lang met snoeien, dan worden de takken zwaar. Te zware takken kunnen afbreken door storm of sneeuw, waardoor grote scheuren in de knot ontstaan. Dat is schadelijker voor de boom dan de snoei zelf. Houd de cyclus dus bij en snoei op tijd.
Wondbehandeling: wel of niet?
Vroeger werden snijvlakken van gesnoeid hout ingesmeerd met boomteer of wondafdekmiddel. Nieuwer onderzoek van onder andere Wageningen University laat zien dat een boom zijn wonden het beste zelf afsluit. Smeer je een groot snijvlak toch in, gebruik dan uitsluitend een middel dat speciaal voor bomen is bedoeld. Goedkope alternatieven werken niet beter en kunnen soms juist rot vasthouden onder de laag.
Veelgemaakte fouten bij het knotten
De meest gemaakte fout is te ver in het hout van de knot zagen. Als je de knot zelf beschadigt, verlies je het weefsel waaruit nieuwe scheuten groeien. Een tweede valkuil is de twijgen halverwege afzagen en lange stompen laten zitten. Die stompen sterven af en vormen een ingang voor schimmel. Zaag altijd vlak en dicht bij het verdichte hout.
Een derde fout is wachten tot de twijgen zo dik zijn geworden dat ze al beginnen te lijken op echte takken. Je herkent het aan twijgen die dikker zijn dan vijf à zeven centimeter. Op dat punt vergt het snoeien veel meer kracht en is de kans op scheuren in de knot groter.
Snoei je knotboom op het juiste moment, gebruik scherp gereedschap en zaag netjes terug tot aan de knot. Dat is in één zin alles wat je nodig hebt om een knotboom jarenlang gezond te houden. Kom je er niet uit of is de boom al lang verwaarloosd, dan is een gecertificeerde boomverzorger de aangewezen persoon om mee te beginnen.
