Een pannenkoekplant stekken is verrassend eenvoudig, want een gezonde plant doet het meeste werk zelf. De Pilea peperomioides maakt vanzelf kleine uitlopers aan, ook wel pups of kinnetjes genoemd. Die snijd je af en je hebt een nieuwe plant. Geen speciale kennis of gereedschap voor nodig.
Wachten op pups: wanneer kun je stekken?
Een volwassen, goed verzorgde pannenkoekplant vormt vanzelf pups. Dat zijn kleine spruiten die uit de grond of soms uit de stam omhoog komen. De plant geeft ze af als ze gelukkig is, dus goede lichtplek, regelmatig water en een beetje mest in het groeiseizoen helpen dit proces op gang.
Wacht tot een pup een paar centimeter groot is, bij voorkeur zo’n 3 tot 5 centimeter. Op dat moment heeft het plantje al wat blaadje gevormd en is het stevig genoeg om zelfstandig te overleven. Kleinere pups kun je ook afsnijden, maar die hebben het moeilijker om te bewortelen.
Pannenkoekplant stekken: de stappen
Het proces is kort. Dit is wat je doet:
- Gebruik een schoon, scherp mes of een schoon stanleymesje. Een bot of vuil mes vergroot de kans op schimmel.
- Snijd de pup zo dicht mogelijk bij de grond of de stam af. Probeer een klein stukje wortel mee te pakken als die er al aan zitten; dat is een voordeel, maar niet verplicht.
- Laat de snijplek een paar uur drogen aan de lucht. Dat verkleint de kans op rotting.
- Zet de stek in een klein potje met lichte, goed doorlatende potgrond. Cactusgrond gemengd met gewone potgrond werkt goed.
- Houd de grond licht vochtig, maar niet nat. Zet het potje op een warme plek met indirect licht.
Na een week of twee tot vier beginnen er nieuwe wortels te groeien. Je ziet dat het lukt als de stek rechtop blijft staan en uiteindelijk nieuwe blaadjes maakt.
Bewortelen in water: werkt dat ook?
Ja, pups van de pannenkoekplant kun je ook in een glaasje water zetten om te laten bewortelen. Zet de stek zo in het glas dat alleen het snijvlak in het water staat en de blaadjes droog blijven. Ververs het water twee keer per week. Na een week of twee zie je meestal al kleine worteltjes verschijnen.
Als de wortels een centimeter of 2 tot 3 lang zijn, is het tijd om de stek over te zetten naar grond. Doe dat voorzichtig, want waterwortels zijn teer en breken snel. Na het oppotten kan de plant even een dipje hebben terwijl hij went aan de grond, maar dat trekt snel bij.
Veel voorkomende fouten bij het stekken
De meeste mislukkingen komen door te veel water geven. Een verse stek heeft nog weinig of geen wortels en kan daardoor bijna geen water opnemen. Natte grond leidt dan al snel tot rotting. Geef dus echt weinig water en wacht tot de grond licht opgedroogd is voor je opnieuw water geeft.
Een andere valkuil is de pup te vroeg afsnijden. Een piepklein spruiten van minder dan 2 centimeter heeft nauwelijks reservevoedsel opgeslagen en droogt snel uit. Geduld loont hier echt.
Tot slot: zet een verse stek niet in direct zonlicht. Dat droogt het plantje uit voor het de kans heeft om wortels te maken. Indirect, helder licht is het beste totdat de stek aangeslagen is.
Stekken van de pannenkoekplant lukt bijna altijd als je de pups rustig de tijd geeft te groeien, ze met een schoon mes afsnijdt en daarna niet te driftig water geeft. Binnen een paar weken heb je een zelfstandig plantje dat je kunt doorgeven of gewoon zelf in een nieuw plekje in huis kunt zetten.
