Iedereen die weleens een langpootmug uit de gordijnen heeft gevist, kent het beestje. Wat minder bekend is: die langpootmug heeft in augustus en september eitjes in je gazon gelegd, en de larven die daaruit komen zijn het probleem waar je in het voorjaar tegenaan loopt.
Die larven heten emelten, en de weken waarin ze net zijn uitgekomen zijn precies het moment waarop je er iets aan kunt doen.
Wat je zoekt
Een emelt is een grijsgrauwe, pootloze larve met een duidelijke kop, ongeveer twee tot zes centimeter lang. Ze zitten in de bovenste laag van de bodem en voeden zich met graswortels en grasstengels. Het gevolg is wat je in maart en april ziet: gele plekken die groter worden, gras dat makkelijk loslaat, en kale stukken waar niets meer terugkomt.
Zoeken doe je eenvoudig. Snijd een stuk zode van ongeveer twintig bij twintig centimeter uit en keer het om, of leg ’s avonds een zwarte vuilniszak of een stuk plastic over een verdacht stuk gazon en kijk de volgende ochtend wat eronder naar boven is gekropen. Vind je meer dan een handvol larven per vierkante meter, dan is ingrijpen zinvol.
Let ook op vogels. Merels en kraaien die wekenlang in dezelfde hoek van je gazon aan het pikken zijn, doen dat niet zonder reden.
Waarom najaar boven voorjaar gaat
Emelten worden groter en vraatzuchtiger naarmate ze ouder worden. Een pas uitgekomen larve in september eet weinig en is relatief kwetsbaar. Dezelfde larve is in april een fors beest dat flinke schade aanricht en aanzienlijk lastiger te raken is.
Daar komt bij dat de bodem in september nog warm is van de zomer. Dat is gunstig, want de biologische aanpak werkt alleen bij voldoende bodemtemperatuur. Wacht je tot het voorjaar, dan zit je in de periode waarin de grond nog opwarmt en waarin je op het verkeerde moment uitzetten gemakkelijker is dan je denkt.
Vandaar dat er twee behandelperiodes worden aangehouden: maart tot mei en september tot oktober. Van die twee is de najaarsbehandeling meestal de effectievere.
Hoe de behandeling werkt
De gangbare biologische methode is het uitzetten van aaltjes, microscopisch kleine rondwormen die van nature in de bodem voorkomen. Tegen emelten wordt de soort Steinernema carpocapsae gebruikt. Die dringt de larve binnen en schakelt hem van binnenuit uit, waarna de aaltjes zich in de dode larve vermeerderen.
Het is niet giftig, je gazon is meteen weer bruikbaar en er is geen wachttijd voor huisdieren of spelende kinderen. Bij aanbieders van aaltjes tegen emelten wordt de hoeveelheid uitgedrukt in miljoenen per oppervlak, bijvoorbeeld tien miljoen voor een gazon tot ongeveer twintig vierkante meter. Meet je gazon dus even op voordat je bestelt, want te weinig uitzetten over een te groot oppervlak levert een halve behandeling op.
De drie dingen die het resultaat bepalen
Aaltjes zijn levende organismen, en dat betekent dat ze aan een paar voorwaarden gebonden zijn. In de praktijk gaat het bijna altijd op één van deze drie punten mis.
Timing binnen de dag. Uitzetten doe je in de vroege ochtend of de avond. Aaltjes zijn gevoelig voor uv-licht en overleven fel zonlicht niet lang genoeg om de grond in te trekken.
Vocht, en dan langer dan je denkt. Maak het gazon vooraf nat en houd de bodem daarna zeker twee weken vochtig. Aaltjes verplaatsen zich door de waterfilm tussen de bodemdeeltjes. Een droge toplaag is voor hen een muur.
Snel gebruiken. Het gaat om levend materiaal met een beperkte houdbaarheid, ook in de koelkast. Bestel dus pas als je weet dat je binnen een paar dagen tijd hebt om het uit te zetten, en niet vlak voor een weekend weg.
Wat je daarna mag verwachten
Reken op twee tot drie weken voordat de larven zijn uitgeschakeld. Je ziet dat niet direct, want dode emelten verdwijnen gewoon in de bodem. Het duidelijkste signaal is dat de vogels stoppen met graven.
Kale plekken die er al waren, komen niet vanzelf terug. Die zaai je bij, maar pas nadat de behandeling zijn werk heeft gedaan. Doe je het andersom, dan voer je de nieuwe graszaailingen met hun fijne worteltjes direct aan de larven die er nog zitten.
