Een ficus buiten zetten kan prima, maar alleen onder de juiste omstandigheden. Soorten als de Ficus elastica (rubber plant) en de Ficus benjamina (treurvijg) genieten zichtbaar van een zomers plekje buiten, zolang de temperatuur hoog genoeg blijft en de plek goed gekozen is. In dit artikel lees je wanneer het kan, waar je op moet letten en hoe je voorkomt dat je plant er slechter van wordt.
Wanneer mag je ficus naar buiten?
De vuistregel is eenvoudig: wacht tot de nachten niet meer onder de 12 à 15 graden Celsius zakken. In Nederland valt dat moment doorgaans ergens in mei of juni, afhankelijk van het jaar. Te vroeg buiten zetten geeft de plant een koudeschok, wat bladval veroorzaakt. Een ficus is gevoelig voor temperatuurwisselingen en reageert al snel met het laten vallen van bladeren.
Haal de plant ook op tijd weer naar binnen. Zodra de eerste koelere nachten in augustus of september aankomen, is het verstandig om de ficus terug naar een beschutte plek te brengen. Wacht niet tot het echt koud wordt. Een terugval in temperatuur van meer dan 5 graden op één nacht is al genoeg om schade te veroorzaken.
De beste plek voor een ficus buiten
Een ficus buiten staat het liefst op een lichte plek, maar niet in de volle middagzon. Directe zomerzon van 12 tot 15 uur kan de bladeren verbranden, zeker als de plant het grootste deel van het jaar binnen heeft gestaan. Kies een plek met ochtendzon of lichte schaduw in de middag. Een overdekt terras of een beschutte hoek van de tuin werkt goed.
Wind is een ander aandachtspunt. Een ficus houdt niet van tocht, ook niet buiten. Een te winderige plek droogt de plant uit en stresst hem onnodig. Zet hem tegen een muur of schutting aan als dat mogelijk is.
Acclimatiseren: geef je ficus de tijd
Zet je ficus niet van de ene dag op de andere van een donkere woonkamer naar een zonnig terras. De plant heeft tijd nodig om te wennen aan meer licht en een andere luchtvochtigheid. Begin met een plek in de schaduw en schuif de plant in de loop van een week of twee naar een iets lichtere plek. Zo voorkom je dat de bladeren gaan verbranden of vallen.
Hetzelfde geldt voor de terugkeer naar binnen in de herfst. Zet de plant weer eerst op een schaduwrijke plek en geef hem een paar weken de tijd om te wennen aan het lagere licht binnenshuis. Veel ficussen laten sowieso wat blad vallen bij een verhuizing, dat is normaal en hoeft geen reden tot paniek te zijn.
Water en voeding buiten
Buiten verdampt de plant sneller, zeker bij warm en zonnig weer. Controleer de grond vaker dan je gewend bent binnenshuis. Voelt de bovenste laag van de potgrond droog aan? Dan is het tijd om water te geven. Geef altijd goed water, totdat het uit de drainageholes loopt, en laat de pot nooit in een schaal met stilstaand water staan. Wortels die langdurig nat staan, rotten snel.
Tijdens het groeiseizoen (ruw gezegd mei tot september) is extra voeding zinvol. Geef elke twee tot drie weken een vloeibare plantenvoeding. Stop daarmee zodra de plant weer naar binnen gaat en de groei vertraagt.
Waar je echt op moet letten bij ficus buiten
- Temperatuur: nooit buiten als de nachttemperatuur onder de 12 graden Celsius daalt.
- Licht: licht maar niet volledige middagzon, zeker de eerste weken.
- Wind: beschutte plek, geen tochtige hoek.
- Water: vaker controleren dan binnen, maar geen natte voeten.
- Bladval: normaal bij verplaatsing, de plant herstelt als de omstandigheden goed zijn.
- Ongedierte: controleer de plant goed voor je hem weer naar binnen haalt. Buiten pikken soms spint, wolluis of andere beestjes aan.
Een ficus buiten zetten loont echt als je er even bij nadenkt. De plant groeit zichtbaar harder in de zomer en krijgt er kleur en glans van. Zorg alleen dat je het moment van buiten zetten en weer naar binnen halen goed timet, kies een beschutte plek met indirect licht, en controleer de plant op ongedierte voor hij weer zijn vaste plekje in de woonkamer inneemt.
