Spint is een van die plagen die je pas opmerkt als het eigenlijk al te laat is. Eerst een paar lichte stipjes op een blad, twee weken later hangt je komkommer of monstera vol met fijne webjes. Die eerste fase kun je prima herkennen, als je weet waar je moet kijken.
Hieronder lees je waaraan je spint herkent, waarom de plaag bij warm en droog weer zo snel groeit en welke aanpak werkelijk helpt.
Wat spint eigenlijk is
Spint is geen insect maar een mijt, dus familie van spinnen. Volwassen exemplaren hebben acht poten en zijn nog geen halve millimeter groot, dus met het blote oog zie je hooguit bewegende stofjes. Thuis kom je vooral de kasspintmijt tegen (Tetranychus urticae), op kasgroenten en kamerplanten. De kleur varieert van groengeel tot roodbruin, dus ga niet af op kleur alleen.
Zo herken je spint
Let op de speldenprikjes
Spintmijten prikken bladcellen aan en zuigen ze leeg. Elke lege cel wordt een piepklein licht puntje, waardoor je op de bovenkant van het blad een fijne stippeling ziet. Houd het blad tegen het licht, dan springt het patroon eruit. Verwar het niet met trips, want die veroorzaakt zilverachtige vegen en laat zwarte stipjes achter.
Draai altijd het blad om
Dit is de stap die de meeste mensen overslaan. Spint zit vrijwel altijd aan de onderkant van het blad, want daar is het luwer en droger. Daar liggen ook de eitjes: kleine, ronde, bijna doorzichtige bolletjes. Een loep met tienvoudige vergroting is het beste gereedschap dat je tegen spint kunt kopen. Zie je fijne webjes tussen blad en stengel, dan is de populatie al groot en ben je laat.
Waarom het zo snel gaat
Een spintmijt doorloopt vijf stadia: ei, larve, protonimf, deutonimf en volwassen mijt. Bij warm en droog weer duurt die cyclus soms niet langer dan een week, en een vrouwtje legt in die tijd tientallen eitjes. Per seizoen gaan er zo tien generaties overheen. Daarom werkt eenmalig ingrijpen nooit: de eitjes die je vandaag mist, zijn over vijf dagen de nieuwe generatie.
Wat je kunt doen
Vocht en afspoelen
Spint houdt niet van vocht. Vaker nevelen en in de kas het klimaat iets vochtiger houden remt de opbouw al merkbaar. Bij een beginnende aantasting werkt afspoelen goed: zet de plant onder de douche en richt op de onderkant van het blad. Herhaal dat om de paar dagen.
Zet natuurlijke vijanden in
Roofmijten eten spint in alle stadia, inclusief de eitjes. Phytoseiulus persimilis ruimt haarden snel op, maar heeft wel luchtvochtigheid nodig. Neoseiulus californicus verdraagt drogere en warmere omstandigheden beter en overleeft ook bij weinig prooi. De spintgalmug Feltiella acarisuga is een goede aanvulling wanneer de aantasting pleksgewijs zit. Zet ze uit zodra je de eerste stippeling ziet en spuit daarna niet meer met breedwerkende middelen, want die ruimen je roofmijten net zo hard op.
Wees kritisch op middelen
Spint bouwt snel resistentie op, dus steeds hetzelfde middel gebruiken werkt op termijn tegen je. Gebruik alleen middelen die in Nederland zijn toegelaten en lees het etiket, ook bij producten die als biologisch worden verkocht.
Een compleet overzicht van de biologie en de aanpak in professionele teelten vind je op de pagina over spint bestrijden van HortiPro.
Voorkomen scheelt het meeste werk
Loop wekelijks een rondje en draai bij een handvol planten een blad om. Zet nieuwe aanwinsten twee weken apart, want spint komt vaker mee met een aankoop dan dat het komt aanvliegen. En houd je planten zonder stress: gelijkmatig water en voldoende voeding maken ze minder aantrekkelijk en beter bestand tegen schade.
