Eind september is de tuin op zijn stilst. De borders zijn teruggeknipt, de laatste tomaten liggen op de vensterbank te verkleuren en het gras groeit nog maar half zo hard als in juni. Er komt dan tijd vrij die je de rest van het jaar niet hebt, en die tijd verdwijnt bij de meeste mensen in de bank.
Bij mij gaat hij het bos in. Elk jaar sta ik daar weer voor dezelfde vraag bij de achterdeur, namelijk wat ik aan mijn voeten doe.
Wat in het schuurtje staat gaat niet mee
Naast de deur staan mijn tuinlaarzen. Rubber tot over de kuit, geen veters, en na een uur wieden in natte klei spuit ik ze met de tuinslang weer schoon. Een laars zoals Hunter die maakt is voor dat werk moeilijk te verslaan, juist omdat er niets aan zit dat vocht kan opnemen.
Op een pad van acht kilometer werkt datzelfde ding tegen je. Rubber buigt niet mee met de rol van je voet, dus til je bij elke stap iets op wat liever plat was gebleven. Na een uur voel je dat in je kuit en na twee uur in je hiel. Er zit ook geen demping in, en dat voel je pas als je op een verhard bospad terechtkomt.
De tuinlaars is dus geen slechte schoen. Hij hoort alleen bij een ander soort halfuur.
Er ligt meer pad dan je denkt
Wat mensen tegenhoudt is meestal niet de zin, maar het idee dat je ergens heen moet rijden. Dat valt mee. Wandelnet beheert samen met zo’n duizend vrijwilligers ongeveer twaalfduizend kilometer aan gemarkeerde langeafstands- en streekpaden in Nederland, en een flink deel daarvan loopt langs plekken waar je nooit uit zou stappen omdat het er van de weg af niks lijkt.
Dat sluit aan bij iets wat ik eerder schreef over hoe de tuin allang niet meer ophoudt bij de achterdeur. Je buitenruimte is groter dan je perceel, alleen loop je er zelden in.
Wat een wandelschoen doet op zachte grond
Zachte grond is de reden dat een gewone sneaker het in het najaar niet houdt. Op zand en op een half doorweekt bospad zakt je voetzool weg en zoekt hij zijwaarts steun. Een sneaker heeft die steun niet, want zijn zool is vlak en de bovenkant is stof. Je enkel doet dan het werk dat de schoen zou moeten doen.

Een wandelschoen heeft een zool met diepe blokken die zich in de grond drukken en een stijvere tussenlaag die voorkomt dat de schoen om een steen heen vouwt. De bovenkant sluit hoger en dichter aan, zodat er geen zand en geen dennennaalden in lopen.
Voor vrouwen zit er nog een verschil in dat je in de winkel makkelijk over het hoofd ziet. De leest is smaller bij de hiel en breder bij de bal van de voet, en dat is precies waar een te ruime schoen begint te schuiven. In het damesaanbod van KEEN is dat verschil goed te zien, omdat daar lijnen tussen staan die op een eigen damesleest zijn gebouwd en niet op een verkleinde herenmaat.
De sok wordt overgeslagen
Bijna iedereen die een nieuwe wandelschoen koopt loopt daarna op de sokken die al in de la lagen. Dat is zonde van je geld.
Een sok bepaalt namelijk mee hoe je schoen zit. Een dunne katoenen sok laat ruimte over die er niet hoort te zijn, en zodra hij vochtig wordt gaat je voet daarin schuiven. Een wandelsok van merinowol, van Sockwell bijvoorbeeld, blijft ook halverwege de route nog dik genoeg om die ruimte op te vullen. Wie één paar schoenen goed kiest loopt meer dan wie er vijf half passende paren in de gang heeft staan.
Kort de dag ervoor je teennagels. Bij het afdalen van een dijk of een duin schuift je voet naar voren, en dan is een te lange nagel het eerste wat je voelt.
Als je terug bent
Trek de schoenen uit voor je naar binnen gaat en zet ze niet op de verwarming. Leer en lijm krimpen bij die temperatuur en de schoen komt er stugger uit dan hij erin ging. Proppen met krantenpapier doet hetzelfde werk in een nacht.
Zelf zet ik daarna iets neer wat zo aangaat, meestal de lage laarzen van Lazamani die toch al naast de deur staan, omdat ik na een uur lopen geen zin meer heb in veters. Dat is geen wandelschoen en dat hoeft ook niet.
En dan het gedeelte dat niemand wil horen. De reden dat de tuin in oktober klaar is, is dat je in maart nog iets moet planten. Dat bedenk je het beste onderweg.
