Asters zaaien: zo doe je het stap voor stap

Asters zaaien doe je het beste vanaf maart of april binnen, zodat de planten sterk genoeg zijn om in mei naar buiten te gaan. Buiten zaaien kan ook, maar dan wacht je tot ongeveer april wanneer de kans op nachtvorst kleiner is. Hieronder lees je precies hoe je te werk gaat, wat je nodig hebt en waar je op moet letten.

Binnen zaaien van asters: van maart tot april

Begin je vroeg binnen, dan heb je een flinke voorsprong. Vul kleine zaaikistjes of potten met lichte, goed doorlatende zaaigrond. Druk de grond licht aan en strooi de asterzaden dun over het oppervlak. Bedek ze met een dun laagje grond of zand, ongeveer twee tot drie millimeter. Zaden hebben licht nodig om te kiemen, dus dek ze niet te dik af.

Zet de zaaikistjes op een lichte plek, maar niet in direct felle zon. Een vensterbank op het zuiden werkt goed, zolang de temperatuur tussen de 15 en 20 graden Celsius blijft. Houd de grond licht vochtig, maar nooit kletsnat. De eerste kiemplantjes verschijnen meestal na een week tot twee weken.

Zodra de zaailingen groot genoeg zijn om aan te pakken, zo’n drie tot vijf centimeter hoog, verseel je ze naar aparte potjes. Dit heet verspenen. Geef elk plantje dan wat ruimte om wortels te ontwikkelen. In mei, als de nachtvorst voorbij is, kunnen de plantjes naar buiten.

Buiten asters zaaien: direct in de volle grond

Direct buiten zaaien gaat ook prima, maar wacht tot de bodem goed opgewarmd is. Dat is in de meeste delen van Nederland en België pas veilig vanaf half april. Maak de grond goed los en verwijder onkruid. Trek ondiepe zaaigroeven van ongeveer een centimeter diep en strooi de zaden er dun in. Dek af met een beetje losse grond en druk licht aan.

Water geven doe je met een fijn sproeikop, zodat de zaden niet wegspoelen. Hou de grond vochtig tot de zaden gekiemd zijn. Wanneer de plantjes vijf tot zeven centimeter hoog zijn, dunne je ze uit. Laat de sterkste planten staan met een onderlinge afstand van zo’n 30 tot 40 centimeter. Zo krijgen de asters voldoende ruimte en lucht.

De juiste plek en grond voor asters

Asters groeien het best op een zonnige tot licht halfschaduwige plek. Ze houden van goed doorlatende grond die niet te voedselrijk is. In te vette grond groeien de planten weliswaar hard, maar bloeien ze minder rijk. Voeg bij zware kleigrond wat zand toe om de waterafvoer te verbeteren.

Staande water is een echte valkuil bij asters. Wortels die langdurig nat staan, rotten snel. Kies dus een plek waar regenwater makkelijk wegloopt, of werk de bodem goed om voor het zaaien.

Veelgemaakte fouten bij het zaaien van asters

Te vroeg buiten zetten is de meest gemaakte fout. Jonge asterzaailingen zijn gevoelig voor vorst, ook een lichte nachtvorst in april kan ze beschadigen. Wacht dus echt tot de temperaturen stabiel zijn. Wil je toch vroeg buiten, dek de plantjes dan af met een stuk vlies of een koude bak.

Te dicht zaaien is een andere valkuil. Als de zaailingen te dicht op elkaar staan, concurreren ze om licht en voeding. Dit maakt ze zwak en verhoogt de kans op schimmel. Dun tijdig uit en geef elke plant voldoende ruimte.

Te veel water geven tijdens de kieming zorgt voor wegrot. Houd de grond vochtig, maar laat hem ook een beetje opdrogen tussen twee waterbeurten door. Een vinger in de grond steken is een makkelijke test: voelt het nog vochtig aan, dan hoef je nog niet te water geven.

Wanneer bloeien gezaaide asters?

De bloeitijd hangt af van de soort en het zaaitijdstip. Asters die je in maart of april binnen zaait, beginnen doorgaans te bloeien van juli tot en met september. Sommige soorten, zoals de eenjarige Chinese aster (Callistephus chinensis), bloeien al vroeg in de zomer. Andere soorten, zoals de vaste asters (Aster amellus of Symphyotrichum), bloeien pas in het late najaar en zijn bij uitstek geschikt om de tuin kleur te geven als andere planten al uitgebloeid zijn.

Om de bloei zo lang mogelijk te rekken, knip je uitgebloeide bloemen regelmatig af. Zo stimuleer je de plant nieuwe knoppen te vormen en bloeien de asters weken langer dan wanneer je ze laat staan.

Begin je dit voorjaar met asters zaaien, dan heb je met een beetje geduld een kleurrijke zomertuin. Houd de zaaitijd aan, geef de planten genoeg ruimte en kies een zonnige, goed doorlatende plek, dan gaat het bijna vanzelf goed.