Blauwe bes stekken in een pot op de werkbank, met de moederplant erachter

Blauwe bes stekken: zo doe je het stap voor stap

Blauwe bessen stekken doe je het best met semi-hardwood stekken van ongeveer 10 tot 12 cm lang, gesneden van gezonde, halfverhoute scheuten. Dit is de meest betrouwbare en goedkope manier om nieuwe planten te krijgen van een bestaande struik. Met de juiste aanpak heb je binnen een jaar stevige jonge plantjes die je kunt uitplanten. Met blauwe bes is in dit artikel de trosbosbes (Vaccinium corymbosum) bedoeld.

Wanneer is het beste moment om stekken te nemen?

Afgeknipte scheut van blauwe bes naast snoeischaar op werkbank
Stap 1: Kies in juli of augustus een gezonde scheut van dit jaar zonder bessen: onderaan al stevig, bovenaan nog buigzaam.

Voor semi-hardwood stekken, ook halfverhoute stekken genoemd, kies je de zomer. Volgens de RHS neem je in het late voorjaar en de vroege zomer nog zachte stekken, en halfverhoute stekken van juli tot en met september. In die periode zijn de nieuwe scheuten net stevig genoeg aan de basis, maar nog niet volledig verhoutt. Dat is het ideale moment: de stek heeft dan voldoende energie om wortels te vormen, maar is nog flexibel genoeg om snel aan te slaan.

Hardwood stekken (volledig verhout, wintertakken) zijn ook mogelijk, maar slaan minder gemakkelijk aan bij blauwe bes. Houd je dus het liefst aan semi-hardwood in de zomermaanden.

Blauwe bes stekken: zo ga je te werk

Stek van blauwe bes op lengte gesneden onder een bladknoop
Stap 2: Snijd de scheut recht af net onder een bladknoop, zodat je een stek van ongeveer 10 tot 12 cm overhoudt.
Drie stekken van blauwe bes met kale onderkant en topbladeren
Stap 3: Haal de bladeren van de onderste helft weg en laat alleen de bovenste 2 tot 3 bladeren zitten.
Pot met drie stekken van blauwe bes in heidegrond met perliet
Stap 4: Vul de pot met half heidegrond en half perliet en zet de stek erin tot net onder het onderste blad.

Neem je stek altijd van een gezonde, krachtige scheut zonder ziekteverschijnselen. Snijd een stuk van ongeveer 10 tot 12 cm, net onder een knoop. De RHS noemt voor halfverhoute stekken een lengte van 10 tot 15 cm. Gebruik een schoon, scherp mes of een ontsmet snoeitangetje zodat je de stek niet beschadigt en geen ziekten overbrengt.

Verwijder daarna de bladeren van de onderste helft van de stek, zodat dat deel van de stengel kaal is. De bovenste 2 tot 3 bladeren laat je zitten. Grote bladeren knip je gerust voor de helft in, zodat de stek minder vocht verdampt voordat er wortels zijn.

Dip de onderkant van de stek in wortelstimulator (poeder of gel). Dat is geen must, maar het vergroot de kans op aanslaan, zeker bij blauwe bes die van nature wat lastiger stekt dan veel andere fruitstruiken.

Steek de stekken in een pot met een luchtige, voedzame mengeling. Een goede mix bestaat uit gelijke delen perliet en veenvrij stekgrond, of speciale heide- en bosbessen grond gemengd met perliet. Blauwe bes houdt van zure grond (pH 4,5 tot 5,5), dus let daar ook bij de stekgrond op. Zet elke stek zo diep in het mengsel dat het onderste blad net boven de grond staat. De stek zit dan voor de helft tot twee derde in de grond.

Verzorging na het stekken

Pot met stekken van blauwe bes onder doorzichtige plastic zak
Stap 5: Trek een doorzichtige zak over de pot, zet hem licht maar uit de felle zon en lucht elke dag even.

Zet de pot op een lichte plek zonder directe felle zon. Dek hem af met een doorzichtige zak of een plastic kapje om de luchtvochtigheid hoog te houden. Zo hoeft de stek minder vocht op te nemen via de wortels die er nog niet zijn.

Controleer elke paar dagen of de grond licht vochtig blijft. Niet te nat, want dan rotten de stekken weg. Luchtig laten doorademen helpt schimmelvorming voorkomen. Haal het kapje dagelijks even weg om verse lucht toe te laten.

Na 4 tot 8 weken vormen de meeste stekken de eerste wortels. Je merkt dat een stek aangeslagen is als hij niet meer makkelijk uit de grond trekt en er nieuwe blaadjes verschijnen. Ga niet te snel oppotten: laat de wortels eerst goed doorgroeien in de stekpot.

Oppotten en verder kweken

Bewortelde stek van blauwe bes naast pot met heidegrond
Stap 6: Zet de bewortelde stek apart in een pot met heidegrond en geef regenwater. Uitplanten doe je pas na een jaar.

Als de jonge plant goed geworteld is, laat je hem volgens de RHS eerst twee tot drie weken wennen aan drogere lucht. Daarna pot je hem over in een pot of bak met zure potgrond (heide-aarde of bosbessenmix). Zet hem op een beschutte, zonnige plek en laat hem het eerste jaar in de pot groeien. Directe grondplanting in het eerste jaar na het stekken wordt afgeraden: de plant is nog te kwetsbaar.

Geef de jonge blauwe bessenplant regenwater of gedemineraliseerd water, want leidingwater is te kalkrijk. Bij gebruik van leidingwater verslechtert de bodemzuurgraad, wat de groei remt en de plant kan verzwakken. Na het eerste groeiseizoen, het liefst in het voorjaar van het tweede jaar, is de plant sterk genoeg om in de tuin te gaan.

Veelgemaakte fouten bij het stekken van blauwe bes

  • Te late scheuten nemen. Volledig verhout hout stek je minder goed. Kies scheuten die halverwege verhoutten zijn.
  • Te natte grond. Stekgrond moet vochtig zijn, niet doorweekt. Stilstaand water remt wortelvorming en veroorzaakt rotting.
  • Verkeerde grondsoort. Gewone potgrond is te basisch. Blauwe bes heeft zure grond nodig; gebruik altijd heide-aarde of een speciale bosbessenmix.
  • Geen wortelstimulator bij lastige aanslag. Blauwe bes stekt trager dan veel andere struiken. Wortelpoeder of wortelgel geeft een betrouwbare boost.
  • Te vroeg verpotten. Wacht tot je ziet dat de wortels de pot vullen en de plant actief groeit voordat je hem verplant.

Met een beetje geduld en de juiste zure grond kom je een heel eind. Stekken van blauwe bes vraagt iets meer aandacht dan bij bijvoorbeeld de rode bes, maar het resultaat: gratis nieuwe planten van een struik die je al kent en vertrouwt, maakt het meer dan de moeite waard.

De foto’s in dit artikel zijn digitaal gemaakt ter illustratie.