Een leilinde snoeien terwijl er blad aan zit is prima mogelijk en levert je een duidelijk voordeel op: je ziet meteen wat je wegknipt en kunt de vorm goed beoordelen. De beste periode daarvoor is vlak na de bloei, meestal eind juli of in augustus. Het blad zit er dan nog vol aan, de boom heeft zijn groeipiek gehad en je kunt gericht snoeien zonder de structuur te verliezen. Dit geldt voor een volgroeide leilinde. Een jonge boom die nog in opbouw is snoei je in de winter, als hij kaal en in rust is; in de zomer bind je bij zo’n jonge boom alleen de scheuten aan.
Waarom snoeien met blad handig is

Als je een leilinde met blad snoeit, zie je de takken in hun context. Je kunt direct beoordelen of een tak te ver uitsteekt, de vormlijn verstoort of te dicht over een andere tak groeit. Bij kaal gesnoeid hout is dat moeilijker in te schatten. Vooral bij een strakke, gelei de vorm, zoals een espalier of een platte waaier, helpt het blad je om de snoeilijn scherp aan te houden.
Een ander voordeel: de wonden die je maakt sluiten in de zomer sneller dan in het voorjaar of de herfst. De boom is actief, de celgroei is op gang en het herstel gaat vlotter. Snoeien vlak na de bloei voorkomt bovendien dat je de bloemknoppen van het volgende jaar verwijdert, want die vormen zich pas later in het seizoen.
Leilinde snoeien met blad: zo pak je het aan





Begin met alles wat duidelijk verkeerd zit: scheuten die naar achteren (richting de muur of het rek) of naar voren uit het vlak groeien, takken die elkaar kruisen en scheuten die recht omhoog of omlaag schieten. Die zie je met blad direct. Scheuten die uit het vlak groeien haal je niet helemaal weg: knip ze terug tot een of twee knoppen vanaf de basis. De RHS noemt voor dit werk de vroege herfst of de winter, dus wat je in de zomer laat zitten kun je dan nog bijwerken.
Daarna ga je de zijscheuten inkorten. Bij een leilinde houd je de lange doorgaande takken (de leidtakken) intact en kort je de jonge zijscheuten in tot één knop vanaf de basis. Volgens de RHS kort je bij een leilinde waarvan het vaste takkengestel klaar is elk jaar alle jonge scheuten zo ver in. Zo blijft de structuur herkenbaar en wordt de vorm compacter. Jonge scheuten die een leidtak nog moeten verlengen bind je in het groeiseizoen vast langs de bamboestok of het rek, zolang ze nog buigzaam zijn. Gebruik een scherpe snoeischaar voor dunne takken en een snoeizaag voor dikkere exemplaren.
Wil je de leilinde scheren in plaats van per tak snoeien? Dat kan ook. Met een elektrische heggenschaar of een handige snoeischaar kun je de vlakken afscheren, net zoals bij een haag. Dit werkt goed als de basisvorm al klopt. Scheer dan licht en recht, en controleer tussendoor even of je niet te diep in oud hout gaat.
- Pak eerst de storende scheuten aan (naar achteren of naar voren, kruisend, te steil omhoog of omlaag) en knip scheuten die uit het vlak groeien terug tot een of twee knoppen.
- Kort de jonge zijscheuten op de leidtakken in tot één knop vanaf de basis.
- Laat de leidtakken ongemoeid, tenzij ze te lang worden.
- Scheer de vlakken af als je een strakke lijn wilt aanhouden.
- Werk met schoon, scherp gereedschap om de wonden klein te houden.
Wat je moet vermijden
Snoeien in de volle zomerhitte is niet ideaal. Bij aanhoudende droogte en hoge temperaturen heeft de boom al stress en de wonden herstellen dan minder soepel. Kies bij voorkeur een bewolkte dag of snoei ’s ochtends vroeg.
Snoei ook niet zwaarder dan nodig. Een te zware ingreep kan de boom een flinke schok geven. Dat kan leiden tot waterscheuten: wild uitschietende, rechte takjes die de structuur verstoren en extra snoeiwerk opleveren. Een vaste grens voor hoeveel blad je mag weghalen staat niet in het advies van de RHS. Dat advies gaat uit van één beurt per jaar, waarbij alle jonge scheuten teruggaan tot één knop.
Let ook op de leidtakken. Die vormen het skelet van de leilinde. Knip ze niet zomaar in, want een leidtak groeit niet snel terug op de juiste plek. Pas als een leidtak te lang wordt of de gewenste maat overschrijdt, knip je hem terug tot een goede zijtak.
Na het snoeien

Ruim het snoeiafval goed op. Lindebladeren en takken composteren prima, maar als er ziekten of plagen in het spel zijn (zoals lindegalmijt of roetdauw), gooi je het afval beter in de groene bak. Geef de boom na een stevige snoeibeurt wat extra water als de grond droog is, zodat hij het verlies aan blad beter compenseert.
Snoeien met blad aan de leilinde geeft je een duidelijker beeld van de vorm en werkt mee met het groeiseizoen van de boom. Kies bij een volgroeide boom de periode vlak na de bloei, kort elk jaar de jonge scheuten in tot één knop, en gebruik scherp gereedschap. Dan houd je een strakke leilinde die jaar na jaar mooi blijft.
De foto in dit artikel is digitaal gemaakt ter illustratie.
Ook de stapfoto’s in dit artikel zijn digitaal gemaakt ter illustratie.
