Aardbeien zaaien: zo doe je het stap voor stap

Aardbeien zaaien is goed te doen, maar vraagt wat geduld: van zaad tot oogst duurt het al snel een heel groeiseizoen. Je begint het beste binnen, vroeg in het voorjaar, zodat de plantjes stevig genoeg zijn om later naar buiten te gaan. Hieronder lees je precies hoe je dat aanpakt en waar je op moet letten.

Wanneer begin je met aardbeien zaaien?

De beste tijd om aardbeizaad te zaaien is van februari tot en met april. Zaai je vroeg in februari, dan heb je meer kans op een kleine oogst in het eerste jaar. Wacht je tot april, dan zijn de plantjes dat jaar waarschijnlijk alleen nog maar aan het groeien en oogst je pas het jaar erna. Begin dus zo vroeg mogelijk, maar zorg wel voor voldoende licht en warmte binnenshuis.

Aardbeien zaaien stap voor stap

Volg dit stappenplan voor het beste resultaat:

  • Stap 1: Stratificeren. Aardbeizaadjes kiemen beter na een koude periode. Leg de zaden een week of twee in een vochtig stukje keukenpapier in de koelkast. Dit bootst de winter na en prikkelt de kieming.
  • Stap 2: Zaaigrond klaarmaken. Gebruik fijne, luchtige zaaigrond in een zaaibakje of kleine potjes. Druk de grond licht aan en bevochtig hem goed.
  • Stap 3: Zaaien. Strooi de zaadjes op het oppervlak. Aardbeizaad heeft licht nodig om te kiemen, dus dek het niet af met grond. Druk de zaden licht aan zodat ze contact maken met de grond.
  • Stap 4: Vochtig houden. Dek het bakje af met een stuk plastic of een kiemdeksel om de vochtigheid vast te houden. Zet het op een lichte, warme plek van circa 18 tot 22 graden.
  • Stap 5: Wachten op kieming. Na twee tot vier weken zie je de eerste kiemplantjes verschijnen. Haal daarna het deksel eraf en geef de plantjes meer licht.
  • Stap 6: Verspeenen. Zodra de plantjes twee tot drie echte blaadjes hebben, pik je ze voorzichtig uit en plant je ze elk in een eigen klein potje.

Buiten planten na het zaaien

Als de nachtvorst voorbij is (meestal rond half mei) en de plantjes stevig genoeg zijn, kun je ze buiten zetten. Plant ze op een heuveltje grond, want aardbeien houden niet van natte voeten. Op een licht verhoogd plekje stroomt het regenwater makkelijker weg en blijven de wortels droger. Kies een zonnige plek, want aardbeien hebben veel zon nodig voor een zoete oogst.

Houd een plantafstand van circa 30 centimeter aan. Zorg dat de wortelkroon (het punt waar de blaadjes uit de plant groeien) precies op gelijke hoogte met de grond zit: niet te diep, niet te hoog. Te diep geplant rot de kroon, te hoog droogt hij uit.

Veelgemaakte fouten bij het zaaien van aardbeien

Een veelgemaakte fout is de zaden bedekken met grond. Omdat aardbeizaad licht nodig heeft om te kiemen, lukt dat dan niet of nauwelijks. Leg ze dus altijd op het oppervlak. Een tweede valkuil is te vroeg buiten planten: wacht altijd tot na de laatste nachtvorst, want jonge aardbeiplantjes zijn gevoelig voor kou. Tot slot vergeten veel mensen te stratificeren, waardoor de kieming tegenvalt of uitblijft.

Met wat geduld en de juiste aanpak zet je vanuit een zakje zaad gezonde aardbeiplanten in de tuin. De eerste oogst smaakt extra lekker als je weet dat je zelf van zaad bent begonnen.