Mais zaaien doe je vanaf half maart, maar dan binnenshuis of in een kas. Buiten in de volle grond wacht je tot na de laatste nachtvorst, meestal ergens in mei. De grond moet dan minimaal 10 graden Celsius zijn, want mais kiemt slecht in koude aarde. Doe je het te vroeg of te koud, dan kiemen de zaden nauwelijks en verlies je kostbare tijd.
Wanneer mais zaaien: timing per situatie
De juiste zaaitijd hangt af van waar je de zaden uitzet. Binnenshuis of in een verwarmde kas start je tussen half maart en begin april. Zo geef je de planten een voorsprong en staan ze al stevig als het buiten warm genoeg is. Direct buiten zaaien doe je pas na half mei, als de nachten niet meer onder nul dalen en de bodem goed opgewarmd is.
Let op de datum van de laatste vorstperiode in jouw regio. In het zuiden van Nederland is dat gemiddeld iets vroeger dan in het noorden. Twijfel je? Wacht dan nog een week extra. Een beschadigd mais plantje herstelt moeilijk van vorst.
Mais zaaien stap voor stap
Wil je mais zaaien binnenshuis, zet dan per pot of perspotje één zaad op ongeveer 2 tot 3 centimeter diepte. Gebruik zaaigrond of een lichte, goed doorlatende potgrond. Zet de potten op een warme plek met veel licht, bij voorkeur op een vensterbank op het zuiden. Bij een bodemtemperatuur van rond de 15 tot 20 graden kiemen de zaden binnen 7 tot 14 dagen.
Buiten in de moestuin plant of zaai je mais in een raster, niet in één lange rij. Mais wordt namelijk bestoven door de wind. Als je ze in een raster zet van minimaal vier rijen van vier planten, bereikt het stuifmeel makkelijker de pluimen van de buurplant. Eén lange rij levert veel minder maiskolven op, of zelfs helemaal geen.
- Zaaiafstand: ongeveer 30 tot 40 centimeter tussen de planten
- Rijenafstand: ongeveer 60 tot 75 centimeter
- Zaaidepte: 2 tot 4 centimeter
- Minimale grondtemperatuur: 10 graden Celsius
De juiste plek en grond voor mais
Mais wil veel zon. Kies een plek die de hele dag in het licht staat, want mais in de schaduw groeit traag en geeft weinig opbrengst. De grond mag best voedzaam zijn: voeg voor het zaaien wat compost of rijpe mest door de bodem als je die hebt. Mais is een zogenaamde zware groeier en haalt veel stikstof uit de grond.
De grond mag niet te nat zijn. Mais heeft water nodig, maar staat niet graag met de wortels in stilstaand water. Een luchtige, goed doorlatende bodem werkt het beste. In kleigrond die slecht doorlaat, groeit mais duidelijk minder goed.
Veelgemaakte fouten bij het zaaien van mais
De meest gemaakte fout is te vroeg buiten zaaien. Een nachtje vorst kan jonge zaailingen volledig vernietigen. Geduld loont hier echt. Een tweede valkuil is mais in één rechte rij zetten. Zonder goed contact tussen planten voor windbestuiving blijven de kolven leeg of half gevuld.
Verder zetten sommige mensen mais te dicht op elkaar. Dan gaan de planten met elkaar concurreren om licht en voedingsstoffen en worden de kolven kleiner. Houd de genoemde afstanden aan voor de beste oogst.
Begin je met voorgekweekte plantjes binnenshuis, harden die dan eerst af. Zet ze een week lang overdag buiten en haal ze ’s avonds binnen. Zo wennen ze langzaam aan wind en kou voordat je ze definitief in de grond zet. Sla je die stap over, dan schieten de planten al snel terug in groei na het uitpoten.
