Pannenkoekplant stekken in aarde is de meest betrouwbare methode om een nieuwe Pilea peperomioides te kweken. Je steekt de stek rechtstreeks in vochtige potgrond, zonder tussenstap via water. Dat werkt goed omdat de wortels zich direct aanpassen aan de aarde en de plant minder hoeft te “omschakelen” zodra je haar verpot.
Welke stek gebruik je?
Een pannenkoekplant maakt twee soorten stekken aan: worteluitlopers en stengelstekken. Worteluitlopers groeien vanuit de bodem van de pot, ze steken als kleine plantjes met een eigen stengel en blaadjes uit de aarde. Stengelstekken zijn zijscheuten die direct aan de hoofdstengel van de moederplant ontspruiten.
Voor stekken in aarde zijn worteluitlopers het makkelijkst. Ze hebben soms al een klein worteltje aan de onderkant. Kies een uitloper van minstens 5 centimeter hoog met twee of drie blaadjes. Zo is de stek stevig genoeg om op eigen kracht te groeien.
Pannenkoekplant stekken in aarde: stap voor stap
- Knip de stek af. Gebruik een schoon, scherp mesje of een schaar. Snijd zo dicht mogelijk bij de bodem van de moederplant, zodat er een klein stukje stengel aan de stek zit. Dat stukje stengel is de plek waar de wortels zich vormen.
- Laat de wondplek drogen. Leg de stek een uur of twee op een velletje keukenpapier. De snijwond droogt dan iets op, wat de kans op schimmelvorming in de aarde verkleint.
- Vul een klein potje met potgrond. Een potje van 7 tot 9 centimeter is ideaal. Gebruik lichte, luchtige potgrond, eventueel gemengd met een klein beetje perliet. Dat zorgt voor goede waterafvoer.
- Maak een gaatje in de grond. Prik met een potlood of je vinger een gaatje van 2 à 3 centimeter diep. Zo beschadig je de stengelbasis niet bij het insteken.
- Zet de stek in de aarde. Druk de grond voorzichtig aan rondom de stengel, zodat de stek rechtop blijft staan.
- Geef een beetje water. Maak de grond licht vochtig, maar niet drijfnat. Te veel water is de meest voorkomende fout bij het stekken van een pannenkoekplant in aarde.
De juiste plek na het stekken
Zet de stek op een lichte plek zonder direct zonlicht. Direct zonlicht verbrandt de jonge, kwetsbare blaadjes. Een vensterbank op het noorden of oosten werkt goed, of een paar meter van een zuidelijk raam vandaan.
Warmte helpt bij het vormen van wortels. Een kamertemperatuur van 18 tot 22 graden is prima. Vermijd een tochtige plek of een plek vlak naast een verwarming, want beide extremen dressen de jonge stek te snel uit.
Wanneer is de stek aangeslagen?
Na twee tot vier weken zie je of de stek het goed doet. Een nieuwe bladspruit of een zichtbaar groeiend blaadje is het teken dat er wortels zijn gevormd. Je kunt ook voorzichtig een klein beetje aan de stek trekken: als je weerstand voelt, zitten er wortels. Trek nooit te hard, want jonge wortels zijn breekbaar.
Staat de stek er na drie weken nog slap bij zonder enig nieuw blad? Controleer dan de grond. Te natte grond leidt tot rotting aan de stengelbasis. In dat geval is het soms verstandig om opnieuw te beginnen met een verse stek en drogere grond.
Veelgemaakte fouten bij het stekken in aarde
- Te veel water geven. Vochtig is genoeg. Geef pas water als de bovenste laag aarde iets is opgedroogd.
- Een te grote pot gebruiken. In een grote pot houdt de grond meer vocht vast dan de stek aankan. Begin altijd met een klein potje.
- De stek te diep insteken. Meer dan 3 centimeter diep is niet nodig en vergroot de kans dat de stengelbasis rot.
- Direct zon geven voor snellere groei. Dat werkt averechts. De stek heeft geen wortels om droogte op te vangen, en verbrand blad groeit niet terug.
Als de wortels goed zijn aangeslagen en de stek zichtbaar groeit, kun je hem na zes tot acht weken verpotten naar een iets grotere pot met verse potgrond. Vanaf dat moment verzorg je de jonge Pilea peperomioides gewoon zoals je de moederplant zou verzorgen: lichte plek, matig water en zo nu en dan wat plantenvoeding in het groeiseizoen.
