Afrikaantjes zaaien: lage afrikaantjes in een moestuinbed

Afrikaantjes zaaien: zo doe je het stap voor stap

Afrikaantjes zaai je binnen in maart of april, een halve centimeter diep op een warme, lichte vensterbank. Buiten zaaien of uitplanten kan pas na half mei, want ze verdragen geen vorst. Zaai je ze tegen aaltjes in de moestuin, dan zaai je het hele bed in en laat je ze drie maanden staan.

Wanneer begin je met zaaien?

De timing is bepalend voor succes. Zaai afrikaantjes binnen vanaf begin maart als je een lichte, warme vensterbank of een kas hebt. Zaai je pas in april, dan is dat ook prima. Eerder dan maart heeft weinig zin: de plantjes groeien dan lang en slap door gebrek aan licht.

Wil je direct buiten zaaien, wacht dan tot na de IJsheiligen (half mei). Afrikaantjes zijn gevoelig voor zelfs lichte vorst, en een koude nacht kan jonge plantjes volledig kapotmaken. In de meeste delen van Nederland en België is dat risico pas na 15 mei voorbij.

Afrikaantjes zaaien stap voor stap

Zaaibakje met aangedrukte zaaigrond en losliggende afrikaantjeszaden
Stap 1: Vul het bakje met vochtige zaaigrond, druk licht aan en leg de lange, smalle zaden los van elkaar op de grond.
Zaaibakje met dun laagje grond, zeef en plantenspuit ernaast
Stap 2: Dek de zaden af met ongeveer een halve centimeter grond en bevochtig met een plantenspuit, zodat ze niet wegspoelen.
Zaaibakje met doorzichtig kapje op een lichte vensterbank
Stap 3: Zet het bakje onder een doorzichtig kapje op een lichte vensterbank bij ongeveer 21 graden tot de eerste kiemplantjes boven komen.

Zaai afrikaantjes in een lichte, losse zaaigrond. Potgrond die je zelf aanmengt met wat zand werkt goed. Gebruik een zaaitray, kleine potjes of een ondiep bakje.

  • Vul het bakje met vochtige zaaigrond en druk het oppervlak licht aan.
  • Leg de zaden op de grond. Afrikaantjeszaden zijn lang en smal; je kunt ze makkelijk apart leggen met een klein beetje ruimte ertussen.
  • Dek de zaden af met een dunne laag grond, ongeveer een halve centimeter.
  • Bevochtig de grond voorzichtig met een plantenspuit zodat de zaden niet wegspoelen.
  • Zet het bakje op een warme plek van minimaal 18 tot 22 graden Celsius. Een vensterbank boven een radiator werkt goed.
  • Leg eventueel een stuk folie of een plastic kapje over het bakje om de vochtigheid vast te houden.

Na vijf tot tien dagen kiemen de meeste zaden. Zodra je de eerste sprieten ziet, haal je het folie eraf en zet je het bakje op een zo licht mogelijke plek. Weinig licht geeft lange, zwakke stengels die later moeilijk herstellen.

Verspenen en verder opkweken

Afrikaantjeszaailingen met geveerde blaadjes, elk in een eigen potje
Stap 4: Zet elk plantje met zijn eerste echte blaadjes in een eigen potje. Til het op aan een blad, nooit aan de stengel.

Zodra de plantjes hun eerste echte blaadjes hebben (niet de kiemblaadjes, maar de volgende set), is het tijd om te verspenen. Dat betekent: elk plantje apart in een eigen potje zetten. Gebruik dan gewone potgrond. Door verspenen krijgen de wortels meer ruimte en groeien de plantjes sneller door.

Geef de jonge afrikaantjes weinig maar regelmatig water. De grond mag licht vochtig zijn, maar nooit kletsnat staan. Stilstaand water in een schotel is funest voor de wortels.

Uitplanten in de tuin

Potjes met jonge afrikaantjes buiten onder vliesdoek tegen een muur
Stap 5: Hard de planten twee tot drie weken af: eerst overdag buiten onder vliesdoek op een beschutte plek, ’s nachts weer naar binnen.
Jonge afrikaantjes uitgeplant in een zonnige border, schepje ertussen
Stap 6: Plant de afrikaantjes na half mei op een zonnige plek, ongeveer 20 centimeter uit elkaar. Hoge soorten krijgen meer ruimte.

Plant de afrikaantjes pas buiten als de nachttemperatuur structureel boven de vijf graden blijft, en liefst boven de tien. Houd je aan half mei als richtlijn. Laat de plantjes vooraf twee tot drie weken “afharden”, zoals de RHS aanraadt: zet ze overdag buiten op een beschutte plek onder vliesdoek en haal ze de eerste week ’s avonds terug naar binnen. Zo went het blad aan wind en temperatuurverschillen.

Kies een zonnige plek. Afrikaantjes bloeien het rijkst in de volle zon. Plant ze op een onderlinge afstand van zo’n 20 tot 30 centimeter, afhankelijk van de soort. Hoge, struikachtige soorten hebben wat meer ruimte nodig dan de kleine, compacte types.

Afrikaantjes zaaien tegen aaltjes of slakken: werkt dat?

Afrikaantjes zaaien: lage afrikaantjes in een moestuinbed
Lage afrikaantjes die het hele bed vullen. Zo zaai je ze als je ze tegen aaltjes inzet.

Een rijtje afrikaantjes langs de rand van het groentebed helpt niet tegen aaltjes, en slakken houd je er ook niet mee weg: die eten de jonge planten juist op. Volgens de vereniging Velt werkt het alleen als het hele bed minstens drie maanden begroeid is met de juiste soort. Onderzoek van Wageningen University & Research wijst het lage afrikaantje (Tagetes patula) aan als beste soort, en dan alleen tegen wortellesieaaltjes. Zaai daarvoor direct buiten tussen half mei en half juli, in rijen die hooguit 25 centimeter uit elkaar liggen. Houd het bed vrij van onkruid, want daarop vermeerderen de aaltjes zich weer. Zaai je voor de bloemen, dan volg je gewoon de stappen hierboven.

Zaad oogsten voor volgend jaar

Zaad voor volgend jaar oogst je door aan het eind van de zomer een paar uitgebloeide bloemen te laten zitten tot ze rijp en droog zijn. Pluk de bloemhoofdjes op een droge dag en trek de lange, smalle zaden eruit. Laat ze binnen nadrogen op een warme vensterbank en haal de bloemresten weg, want die kunnen gaan rotten. Volgens de RHS bewaar je zaad het best in een papieren zakje met de naam erop, in een afgesloten pot op een koele plek van ongeveer 5 graden. Zaad van hybride rassen geeft planten die er anders uit kunnen zien dan de moederplant.

Veelgemaakte fouten bij het zaaien van afrikaantjes

Te vroeg buiten zetten is de meest gemaakte fout. Eén koude nacht kan weken werk in de prullenbak gooien. Wacht echt tot na de IJsheiligen.

Slakken zijn een ander probleem waar veel tuiniers tegenaan lopen. Jonge afrikaantjesplantjes zijn voor slakken een delicatesse. Zet slakkenvallen of -korrels neer zodra de plantjes buiten staan. Op een ring van scherp grind kun je niet rekenen: in een proef van de Britse tuinbouwvereniging RHS gaven barrières van scherp grit, eierschalen of kopertape niet minder slakkenvraat.

Te diep zaaien zorgt voor trage kieming of plantjes die niet boven de grond komen. Een halve centimeter grond bovenop het zaad is meer dan genoeg.

Afrikaantjes zaaien vraagt weinig meer dan goede timing, een warme plek en geduld. Wie in maart of april begint binnen en de plantjes pas na half mei buiten zet, heeft vrijwel zeker een geslaagde kweek. Verwijder uitgebloide bloemen regelmatig, dan gaan de planten de hele zomer door met bloeien.

De foto’s in dit artikel zijn digitaal gemaakt ter illustratie.