Aardbeien stekken doe je door de uitlopers (ook wel runners of stolonen genoemd) van een bestaande plant te gebruiken en die te laten bewortelen. Het resultaat: gratis nieuwe aardbeiplantten die identiek zijn aan de moederplant. Dit werkt voor alle soorten aardbeien, zowel de eenmalig dragende soorten die je in juni en juli oogst, als de doordragende soorten die de hele zomer door vruchten geven.
Wat zijn uitlopers en waarom gebruik je die?
Een aardbeiënplant maakt in de loop van het groeiseizoen lange, dunne stengels die horizontaal over de grond groeien. Dat zijn de uitlopers. Aan het einde van zo’n uitloper vormt zich een klein plantje met zijn eigen blaadjes en, als je het de kans geeft, ook zijn eigen wortels. Dit kleine plantje is een identieke kopie van de moederplant. Dat is precies waarom stekken zo handig is: je weet precies wat je krijgt.
Zaad zaaien geeft vaak wisselende resultaten, zeker bij gekochte hybriden. Stekken via uitlopers is betrouwbaarder en veel sneller. Een beworteld stek is al binnen enkele weken klaar om zelfstandig te groeien.
Wanneer aardbeien stekken?
De meeste uitlopers verschijnen na de bloei, dus ruwweg van juni tot augustus. Dit is ook het beste moment om ze te benutten. Vroeg in het seizoen stekken geeft de nieuwe plant genoeg tijd om voor de winter stevig te bewortelen. Stek je in augustus of september, dan overwinteren de jonge planten doorgaans goed als je ze beschut opstelt of even binnen houdt.
Stap voor stap aardbeien stekken
Het proces is eenvoudig en vraagt weinig materiaal. Dit heb je nodig: kleine potjes met potgrond (of stekgrond), een U-vormige klem of een stukje gebogen ijzerdraad, een schaar of mes.
- Stap 1: Kies een gezonde moederplant. Gebruik alleen planten die er krachtig uitzien en goed vrucht hebben gedragen. Planten met ziektes of misvormde vruchten laat je over.
- Stap 2: Zoek een uitloper met een jong plantje. Kijk aan het uiteinde van de uitloper of er al een klein rozet met blaadjes zichtbaar is. Dat is je toekomstige stek.
- Stap 3: Zet een potje klaar naast de moederplant. Vul een klein potje met vochtige potgrond en zet het onder het jonge plantje.
- Stap 4: Druk het plantje in de grond. Gebruik een U-vormige klem of een stukje draad om het jonge plantje zacht maar stevig op de aarde van het potje te drukken. Zo komt het in contact met de grond en kan het wortels vormen.
- Stap 5: Laat de verbinding met de moederplant intact. Knip de uitloper nog niet door. Zo blijft het jonge plantje gevoed door de moeder terwijl het wortelt. Dat duurt meestal drie tot vier weken.
- Stap 6: Controleer de beworteling. Trek heel zachtjes aan het plantje. Voelt het vast? Dan heeft het wortels gemaakt. Je kunt ook aan de zijkant van het potje kijken of er wortels door het gaatje groeien.
- Stap 7: Knip de uitloper door. Zodra het plantje stevig beworteld is, knip je de verbinding met de moederplant door. Het nieuwe plantje is nu zelfstandig.
- Stap 8: Verstek of plant uit. Zet de jonge plant op zijn definitieve plek in de tuin, in een bak of in een groter pot.
Hoeveel stekken per plant?
Een volwassen aardbeiënplant maakt makkelijk vijf tot tien uitlopers per seizoen, soms meer. Je hoeft ze niet allemaal te gebruiken. Beperk je tot de drie of vier sterkste uitlopers per moederplant. Te veel stekken maken kost de moeder energie en kan de opbrengst dat jaar verminderen. Uitlopers die je niet gebruikt, knip je gewoon weg.
Tips om het te laten slagen
Houd de grond in het kleine potje vochtig maar niet doornat. Te veel water remt de wortelvorming en kan het jonge plantje laten rotten. Een lichte, luchtige stekgrond werkt beter dan zware tuinaarde.
Zet de potjes op een lichte plek, maar niet in volle middagzon. Felle zon droogt het jonge plantje te snel uit, zeker zolang het nog geen eigen wortelstelsel heeft om water op te nemen.
Gebruik als moederplant bij voorkeur planten die niet ouder zijn dan twee tot drie jaar. Oudere aardbeiënplanten geven minder uitlopers en de opbrengst neemt sowieso af. Vernieuw je aardbeienperk elke drie jaar met jonge stekken voor het beste resultaat.
Met een handjevol uitlopers en een paar potjes potgrond bouw je in één zomer een heel nieuw aardbeienperk op, zonder kosten en met de zekerheid dat de nieuwe planten precies zo groeien en smaken als het origineel.
