Een alocasia stekken doe je door de plant te vermeerderen via worteloffshoots (ook wel “pups” of zijscheuten genoemd), want stekken via een blad of stengel werkt bij deze plant vrijwel nooit. De alocasia maakt regelmatig kleine uitlopers aan op de wortels, en dat zijn precies de stukjes die je kunt gebruiken om een nieuwe plant te kweken. Het is niet makkelijk, maar met de juiste aanpak zeker haalbaar.
Wat je nodig hebt voor het stekken van een alocasia
Verzamel vooraf het volgende materiaal, zodat je tijdens het stekken niet hoeft te stoppen:
- Een scherp en schoon mes of een schaar (ontsmet met alcohol)
- Een kleine pot met luchtige stekgrond of een mix van potgrond en perliet
- Een bakje water (optioneel, voor beworteling in water)
- Handschoenen, want het sap van de alocasia is licht giftig en irriteert de huid
Een schoon snijgereedschap is geen overbodige luxe. Bacteriën of schimmel op het mes kunnen de jonge scheut infecteren voordat hij zelfs de kans krijgt om te wortelen.
Stap voor stap: alocasia stekken via een pup
De beste periode om een alocasia te vermeerderen is het voorjaar of begin van de zomer. Dan groeit de plant actief en herstelt een scheut zich het snelst.
Stap 1: haal de moederplant uit de pot. Klop voorzichtig de grond van de wortels af, zodat je goed zicht hebt op de wortels en eventuele zijscheuten.
Stap 2: zoek een pup. Een pup is een kleine, aparte scheut die aan de zijkant van de wortels groeit. Hij heeft een eigen worteltje en soms al een klein blaadje. Heeft een scheut nog geen eigen wortels, dan is de kans op succes klein. Wacht in dat geval liever nog een paar weken.
Stap 3: snij de pup los. Gebruik je scherpe mes en snij de pup zo dicht mogelijk bij de moederwortel los, zonder de worteltjes van de pup te beschadigen. Zo’n snede hoeft geen groot litteken achter te laten op de moederplant.
Stap 4: laat de snijwond drogen. Leg de losgesneden pup een uur op een droge, schone ondergrond. De snijwond droogt een beetje in, wat de kans op rotting verkleint.
Stap 5: plant de pup of zet hem in water. Je kunt de pup direct in luchtige stekgrond planten, of hem in een glas water plaatsen zodat je de wortelontwikkeling kunt volgen. Water heeft als voordeel dat je meteen ziet wanneer er nieuwe wortels groeien. Nadeel is dat de overgang naar grond daarna een stressfactor is voor de plant.
Stap 6: geef de moederplant ook weer een goed thuis. Zet haar terug in haar pot met verse grond. Ze herstelt vrijwel altijd snel na het verwijderen van een pup.
Beworteling in water of grond: wat werkt beter?
Beworteling in water is visueel prettig; je ziet precies wat er gebeurt. Maar wortels die in water groeien, zijn anders van structuur dan wortels die in grond groeien. De overgang van water naar grond kan de pup extra stress geven. Als je kiest voor water, zet de pup dan over naar grond zodra de wortels een centimeter of twee lang zijn, niet langer wachten.
Beworteling direct in luchtige grond (met veel perliet of kokosvezel) heeft als voordeel dat de pup meteen went aan zijn uiteindelijke omgeving. Houd de grond licht vochtig, maar niet nat, en zet de pot op een warme plek met indirect licht.
Veelgemaakte fouten bij het stekken van een alocasia
De meest voorkomende fout is proberen te stekken via een blad of stengel. Een alocasia vermeerder je niet zo. Bladeren of stengels zonder eigen wortels overleven het nooit. Alleen pups met hun eigen wortelgroei hebben kans van slagen.
Een tweede valkuil is te vroeg stekken, in de herfst of winter. Dan staat de plant vrijwel stil en groeit een losgesneden pup nauwelijks door. De kans op rotting is dan veel groter. Hou het bij voorjaar of zomer.
Tot slot: te veel water geven is een klassiek probleem. Een jonge pup heeft nog weinig wortels om water op te nemen. Natte grond leidt snel tot wortelrot. Check de grond voor je giet: is die nog vochtig, dan wacht je nog even.
Heb je geduld en een pup met eigen worteltjes, dan is een alocasia stekken heel goed te doen. Binnen enkele weken zie je de eerste nieuwe groei verschijnen, een teken dat de vermeerdering is gelukt.
