De ideale standplaats voor een alocasia is een lichte plek met veel indirect licht, weg van direct zonlicht. Denk aan een plek naast een raam op het noorden of oosten, of iets verder van een zuidelijk raam. De plant houdt van warmte en hoge luchtvochtigheid, maar heeft een hekel aan tocht en koude.
Hoeveel licht heeft een alocasia nodig op zijn standplaats?
Een alocasia groeit van nature onder het bladerdak van tropische bossen. Hij is gewend aan helder, gefilterd licht, niet aan de volle zon. Direct zonlicht, zeker in de zomermiddagzon, verbrandt de grote bladeren snel. Je ziet dat aan bruine, verdroogde vlekken op het blad.
Zet de plant het liefst op een meter of één à twee van een raam met veel licht. Een raam op het oosten of westen werkt goed: daar valt alleen ’s ochtends vroeg of ’s avonds laat wat zachte zon. Op het zuiden kun je de alocasia ook plaatsen, maar houd dan meer afstand van het glas of hang een licht gordijn voor.
Te weinig licht is ook een probleem. Op een donkere plek groeit de plant langzamer, de bladeren worden kleiner en de stengels slapper. Zet hem dus nooit achter in een kamer zonder raamlicht.
De juiste temperatuur op de standplaats
Een alocasia houdt van warmte. De plant gedijt het best bij een temperatuur tussen de 18 en 27 graden Celsius. Dat is voor de meeste Nederlandse woonkamers prima te realiseren. Wat je echt moet vermijden, is een plek bij een tochtige deur, een open raam in de winter of direct naast een airco. Koude luchtstromen beschadigen de bladeren en kunnen de plant in een slaapstand dwingen.
In de winter kan de alocasia terugkrabbelen als het te koud wordt. Zet hem nooit op een plek waar de temperatuur onder de 15 graden daalt, bijvoorbeeld op een koude veranda of in een slecht verwarmde gang.
Luchtvochtigheid: onderschat dit niet bij de keuze van de standplaats
Naast licht en temperatuur is luchtvochtigheid een belangrijke factor bij het kiezen van de juiste plek. Een alocasia komt uit vochtige tropische gebieden en heeft een hogere luchtvochtigheid nodig dan de gemiddelde woonkamer biedt. Centrale verwarming droogt de lucht extra uit.
Goede plekken voor een alocasia met een hogere luchtvochtigheid zijn de badkamer (mits er voldoende licht is) of de keuken. In een gewone woonkamer helpt het om de plant bij andere planten te zetten, een schaaltje water met kiezels onder de pot te plaatsen, of een luchtbevochtiger in de buurt te zetten. Spuit je de bladeren regelmatig mist? Zorg dan dat de plek wel goed geventileerd is, zodat schimmel geen kans krijgt.
Wat je moet vermijden bij de standplaats van een alocasia
- Direct zonlicht, zeker in de middag en zomer
- Tocht van een open raam, deur of airco
- Temperaturen onder de 15 graden
- Een donkere hoek ver van elk raam
- De buurt van een verwarmingsradiator (te droge lucht, te warme lucht vlak bij de plant)
Een radiator is een veelgemaakte fout. Vlak naast de verwarming is het weliswaar warm, maar de lucht is er extreem droog en de warmte wisselend. De bladpunten worden bruin en de plant raakt gestrest.
Buiten of binnen: mag een alocasia buiten staan?
In de zomer kun je een alocasia buiten zetten, maar pas dan goed op met de locatie. Kies een beschaduwde plek zonder wind, bijvoorbeeld op een beschutte terras aan de noord- of oostzijde. Direct buitenlicht is veel feller dan licht binnenshuis, dus zelfs een bewolkte dag kan al te veel zijn voor een plant die binnenshuis heeft gestaan.
Zodra de temperaturen ’s nachts zakken onder de 15 graden, zet je de alocasia meteen weer naar binnen. In Nederland is dat doorgaans rond september, maar het hangt van het jaar af.
De standplaats van een alocasia is echt bepalend voor hoe goed de plant groeit. Een lichte plek zonder direct zon, warm en vochtig genoeg, en weg van tocht: dat zijn de drie basisregels. Kijk je kritisch naar elke plek in huis met die drie punten in gedachten, dan vind je snel de beste hoek voor deze tropische plant.
