Rhipsalis stekken is eenvoudig en heeft een hoge slagingskans, zelfs voor beginners. Je snijdt een gezond stengeltje af, laat het een dag drogen en plant het daarna in een luchtige potgrond. Binnen een paar weken vormt het stekje nieuwe wortels en kan de plant zelfstandig verder groeien.
Het goede moment om te stekken
De beste periode voor het stekken van een rhipsalis is het voorjaar of de vroege zomer. De plant groeit dan actief en maakt sneller wortels aan. In de wintermaanden staat een rhipsalis in rust en reageert het stekje veel trager, waardoor de kans op mislukken groter is. Wil je toch in het najaar stekken, zorg dan voor een warme, lichte plek en verwacht gewoon iets meer geduld.
Wat heb je nodig?
- Een gezonde moederplant met stevige, groene stengels
- Een schoon, scherp mesje of een schaar (ontsmet dit even met alcohol)
- Een klein potje met afwateringsgatje
- Een luchtige potgrond, bij voorkeur een mengsel van gewone potgrond en grof zand of perliet in een verhouding van ongeveer 50/50
Rhipsalis stekken: stap voor stap
Stap 1: Kies een gezond stekje. Snijd een stengelsegment van ongeveer 10 tot 15 centimeter af. Kies een stuk dat stevig aanvoelt en geen vlekken of slappe plekken heeft. Eén segment is genoeg, maar meerdere segmenten achter elkaar mogen ook.
Stap 2: Laat het snijvlak drogen. Leg het stekje een dag op een droge plek, weg van direct zonlicht. Het snijvlak vormt dan een dun vliesje, ook wel callus genoemd. Dat beschermt het stekje tegen rotting nadat je het in de grond zet. Sla deze stap niet over.
Stap 3: Plant het stekje in. Vul een klein potje met het zand-potgrond mengsel en steek het gedroogde uiteinde van het stekje een paar centimeter de grond in. Je hoeft geen wortelpoeder te gebruiken, maar het kan de beworteling iets versnellen als je het bij de hand hebt.
Stap 4: Geef spaarzaam water. Bevochtig de grond licht en laat hem daarna bijna volledig opdrogen voor je opnieuw water geeft. Te veel water is de meest gemaakte fout bij het stekken van rhipsalis. De grond mag nooit langdurig nat blijven, want de stengel rot dan snel weg bij het snijvlak.
Stap 5: Geef het tijd. Zet het potje op een warme plek met indirect licht. Na twee tot zes weken beginnen de eerste wortels te groeien. Je merkt dat het stekje aangeslagen is als het nieuwe groei laat zien of als je er licht aan trekt en het lichte weerstand voelt.
Veelgemaakte fouten bij het stekken van rhipsalis
De grootste valkuil is te vroeg water geven. Rhipsalis is een cactusachtige plant en slaat water op in zijn stengels. Het heeft het bij het stekken dus lang goed zonder vochtige grond. Geef pas water als de bovenste centimeter van de grond droog aanvoelt.
Een tweede fout is het stekje direct in de volle zon zetten. Jong wortelend stek heeft nog geen systeem om vochtverlies te compenseren en droogt dan snel uit. Kies een plek met helder maar indirect licht, zoals een meter of twee achter een raam op het zuiden.
Tot slot: gebruik geen gewone potgrond zonder toevoeging van zand of perliet. Gewone potgrond houdt te veel vocht vast en dat vergroot de kans op rotting aanzienlijk.
Wanneer oppotten?
Als je stekje duidelijk nieuwe groei toont en je bij licht trekken weerstand voelt, is het klaar voor een groter potje. Kies ook dan weer een luchtige grondmix en een pot met afwateringsgatje. Een te grote pot is niet slim, want meer grond houdt meer vocht vast dan zo’n jonge plant aankan.
Met een beetje geduld en een droge hand bij de waterkruik lukt het stekken van een rhipsalis bijna altijd. Het is een plant die tegenslag goed verdraagt, zolang de grond maar niet te nat is.
